Wandelen, een andere manier van denken

Een bronzen beeld: licht gedraaide torso, geen hoofd, nauwelijks armen. Benen die een beweging voorwaarts suggereren. In het atelier van zijn schepper stapt L’Homme qui marche van Auguste Rodin van zijn sokkel en wandelt de kade van de Seine op. Liefkozen wil hij Parijs, badend in zon, kleur en muziek. Hij heeft geen levenservaring; zelfs zijn spiegelbeeld kent hij niet. Resoluut loopt wandelende man de stad uit, ‘naar waar de avond zich kromt en rekt’. Bij elke stap voorwaarts keert zijn blik meer inwaarts. 

In het epische prozagedicht De tocht schenkt Frans Budé Rodins creatie een bedwelmend mooi menselijk leven, door aan het beeld zintuiglijke vermogens toe te kennen. Hij laat wandelende man uit de wereld van het verstilde beeld in de wereld van het dynamische woord stappen, geeft hem een bewustzijn en sculpteert ’s mans gewaarwordingen met taal. De tocht is een queeste naar zelfverwerkelijking, schoonheid en verzoening in een onbarmhartig landschap, zwaar van verleden. Budé vond voor wandelende man eveneens inspiratie bij de introverte, verwrongen sculpturen van de Belgische beeldhouwer Johan Tahon. 

Op Père-Lachaise, waar de doden de aarde toebehoren, voelt wandelende man ‘het kloppen van de eeuwigheid in zijn ziel’. Hij is een onbeschreven blad, voortgedreven door het onbekende, het onbestemde. Hij moet nog leren wat verwondering en verbeelding zijn. Even buiten de stad klinkt in de verte de roep van een vrouwenstem. Wandelende man zet koers naar het noorden, wind en regen trotserend in een apocalyptisch aandoend landschap. Niemand vraagt ‘waarvandaan hij komt, waarheen hij gaat’. In de geest van wandelende man vormt zich een eerste herinnering: een bronzen vrouw, gehurkt naast hem in het atelier. 

Zie hoe vastberaden en eenzaam wandelende man voorwaarts gaat. Elke voetafdruk betekent een verandering in zijn psyche en gemoed. Hij telt de bomen, spreekt met de wolken, loopt dwars door taferelen heen en laat zich door ontelbare details overspoelen. In de verregende straten van Arras loopt hij, ‘zo voelt het, in de tijd van anderen’, draagt ieders schaduw mee. Voortgestuwd door de lokroep van hurkende vrouw zet hij zijn weg verder, richting Gent, vervolgens noordwaarts langs de rivier. 

Tijdens zijn even zinnelijke als geestelijke tocht heeft wandelende man geen enkel verweer. Weemoed, twijfel, hoop, moedeloosheid, euforie en berusting treffen zijn in zichzelf gekeerde geest zoals hagelbuien en stormen zijn blote lichaam. In visioenen van verleden, heden en toekomst ontwaart de anonieme pelgrim dingen die anderen niet zien. Een gevoel van eeuwigheid overmant hem. ‘Bereidwillig geeft hij zich over aan dromen die de horizon openleggen’. Terwijl de elementen, stilte en licht zijn lichaam, zijn ziel polijsten, schept wandelende man zijn eigen horizon. Door de dingen te benoemen ‘verwerkelijkt hij zichzelf’. 

Ervaring, herinnering, verbeelding, verdriet, angsten, dromen, verlangens, vrijheid: de ballast is niet min. Nu en dan ontglipt de steeds zwaarder wordende geest van wandelende man zijn lichaam. Met de aanzwellende lokroep van de vrouw nadert het onafwendbare. Wandelende man verlangt ernaar thuis te komen, ‘over verloren uren en dagen, schuifelend door straten en/ bossen, de zon zien dalen en alles wat zich herhaalt in vele/ visioenen en verschijningen, in immer dolen en verdwalen.’ 

Nog meer dan een reis door de tijd is De tocht een queeste door de ruimte, gecreëerd door een bewustzijn-in-wording. Ook na zijn geboorte als levend wezen, blijft wandelende man een hybride figuur, gebonden aan zijn naam. Stappen is voor hem een noodzaak om te herinneren, te verlangen, te dromen, te denken. Alleen al wandelend kunnen zijn geest en lijf één worden. Budé schept een afwisselend duistere en idyllische, mythische en spirituele wereld voor zijn archetypische personage. Majestueus sculpteert hij de cadans van een stap, suggereert een onbegrensde blik en verwoordt talloze eerste gewaarwordingen. Ook al maak je de tocht van wandelende man honderd keer opnieuw, telkenmale zal je in zijn voetafdrukken op het onbevroede stuiten, het onvoorstelbare ontdekken, je eigen horizon herscheppen.

Oorspronkelijk verschenen in Awater (2021-3); https://www.poezieclub.nl/recensies/452-de-tocht-een-gedicht.html.

Frans Budé: De tocht, Meulenhoff 2021, 128 p. ISBN 9789029094436.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: