Gevangen in de natuur

Aanvankelijk nam ze aan dat de wand een nieuw wapen was, ingezet door een supermacht. Een soort gif dat mensen en dieren versteende die zich aan gene zijde van de doorzichtige muur bevonden. De wand (1963), het hoogtepunt uit het oeuvre van Marlen Haushofer, is het relaas van de (mogelijk) enige menselijke overlevende na het... Lees verder →

Ga er eens op uit

Jac. P. Thijsse, die de basis legde voor de natuurbescherming in Nederland, kan je bijna een natuurfenomeen noemen. Hij leefde tot halfweg de vorige eeuw en is – naar ik begrijp – een beroemdheid in zijn thuisland. In België is hij beduidend minder bekend. Ten onrechte, want de man heeft ontzettend veel betekend voor het... Lees verder →

Wereldvreemd wereldwijs

Met een bruine koffer in de ene, een paraplu in de andere hand, meldt de vierentwintigjarige Joseph zich aan bij technisch bureau C.Tobler. De vorige bediende werd zopas ontslagen wegens chronische dronkenschap en vermeende onbetamelijkheden jegens de vrouw des huizes. Meneer Tobler, technisch ingenieur, uitvinder en handelaar in patenten, biedt de nieuwe bediende kost en... Lees verder →

Een huis met de deur op een kier

In zijn jongste bundel, Alles is hier nog, verzinnebeeldt de Antwerpse dichter Marc Tritsmans zijn verlangen naar de oorsprong van het leven en naar verbondenheid met de natuur, door tegenover de tijdloze leegte die aan het bestaan vooraf gaat, het vergankelijke, het cyclische te plaatsen. De bundel doorloopt het leven in vier reeksen: ‘Beginnen’, ‘Kleine... Lees verder →

De kant van de natuur

Vier huizen rondom een fontein in de schaduw van een berg: het Provençaalse gehucht Bastides Blanches, nabij Manosque, telt dertien inwoners inclusief dorpsgek. De wind snijdt er als een scheermes. De stad is ver, de wegen zijn slecht begaanbaar. Janet, de dorpsoudste, ligt ziek te bed. Bij het washuis klinkt het gezang der vrouwen, terwijl... Lees verder →

Schijnbaar terloops

In 1936 hield Stefan Zweig in Londen een lyrische voordracht over Rainer Maria Rilke (1875-1926), waarin hij niet alleen Rilkes zuivere dichtkunst prees, maar ook zijn zuiver dichterlijk bestaan, als een volmaakte wijze van leven. Volgens Zweig, die Rilke persoonlijk kende, was geen schrijver, geen kunstenaar zo vrij als hij. Hij had geen adres, geen... Lees verder →

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: