Gevangen in de natuur

Aanvankelijk nam ze aan dat de wand een nieuw wapen was, ingezet door een supermacht. Een soort gif dat mensen en dieren versteende die zich aan gene zijde van de doorzichtige muur bevonden. De wand (1963), het hoogtepunt uit het oeuvre van Marlen Haushofer, is het relaas van de (mogelijk) enige menselijke overlevende na het plotse verschijnen van de wand. Op het moment dat het drama zich voltrok, bevond de veertigjarige vrouw zich in een gerieflijk jachthuis in de Oostenrijkse bergen. Daar zou ze de volgende jaren – getuige haar aantekeningen – in het gezelschap van enkel een hond, een paar katten, een koe en een stier, geleidelijk aan passiviteit, ijdelheid en ten slotte ook angst achter zich laten. De wand begint circa tweeënhalf jaar na de gebeurtenis en belicht middels flashbacks de complexe innerlijke evolutie van een volstrekt eenzame mens.

De herinnering aan die eerste zomer wordt, zoveel jaren later, meer overschaduwd door de zorg om haar dieren dan door haar uitzichtloze toestand. Ze is overigens de enige die zich zorgen maakt. Hond Luchs is een ‘schaamteloos natuurkind’, met maar één remedie tegen elke kwaal: een partijtje hardlopen in het bos. Immer goedgehumeurd holt hij met zijn lange oren flapperend in de wind. Ook de kat, wier leven uit geheimzinnige rituelen bestaat, lijkt volkomen onverschillig te staan tegenover het drama. De enige reactie van Bella de koe op alles wat de vrouw te zeggen heeft, is een lange haal met de tong over haar gezicht, wat wel troostend maar geen oplossing is. Alleen de mens verzet zich telkens opnieuw tegen het lijden.

Plichtsbewust houdt de vrouw het huis schoon. Ze poetst haar tanden, melkt de koe, laat de hond uit. Misschien is ze bang dat ze anders langzaam zou ophouden een mens te zijn en algauw ‘onverstaanbare klanken zou uitstoten’. Ze stelt vast dat het ‘met onze vrijheid heel droevig gesteld’ is en beseft dat het zinloos is om zoveel over de toekomst te piekeren. Het enige wat haar te doen staat is gezond blijven en haar aanpassingsvermogen in stand houden.

De kat krijgt jongen, Bella verwacht een kalf, de wintervoorraad hout, het hooi en de eerste oogst aardappelen liggen opgeslagen. Het leven gaat verder, wat ‘het onvermijdelijke einde’ slechts verdaagt. Wanneer de vrouw, om te overleven, voor het eerst een hert neerschiet, raakt dat haar diep. Zij is het enige wezen in het bos dat werkelijk recht of onrecht kan doen. Alleen zij kan genade schenken. Ze is een mens en kan alleen maar denken en handelen als een mens. Ze raakt maar niet verlost van de oude troep in haar hoofd. Hoe bijvoorbeeld in vrede te leven met de doden?

Langzamerhand komt de vrouw erachter wat een fantastische werktuigen haar handen zijn en hoe volkomen leeg haar hoofd en uitgeput haar lichaam kunnen zijn na zware arbeid. Na haar kindertijd had ze verleerd de dingen met eigen zintuigen te ontdekken en de wereld vol verwondering te verkennen. Luchs en de kat begrijpen bijvoorbeeld alles van geuren, zij niets. Net zoals alle mensen was ze steeds ‘jachtig op de vlucht’ en zat ze ‘gevangen in dagdromen’. Zal ze het kunnen verdragen om slechts met de natuurlijke werkelijkheid te leven?

Om afstand te kunnen nemen van haar terneerdrukkende verleden, zal ze een oeroude, diepgewortelde grootheidswaan moeten afleggen. Stap voor stap, indringend, meeslepend maakt Haushofer je deelgenoot van dat proces. Geen andere roman confronteerde me in zo’n hoge mate met mijn existentie als mens. Haushofer gaat genadeloos diep. Na een aanvankelijke onrust ervoer ik een merkwaardige sereniteit, aanvaarding, lichtvoetigheid zelfs. Wat voor vreselijks er ook nog stond te gebeuren voor de vrouw, er was weer warmte in het hart. Er scheen een ander licht.

De wand doet inzien dat wij, hedendaagse westerse mensen, nauwelijks nog een benul hebben van wat overleven is. Dermate ver zijn we afgedreven van wat we ooit waren: een diersoort zonder ego. Door ons denken hebben we voor onszelf een wereld geschapen die drijft op illusies. Haushofer doorprikt het verhaal van de mens en zijn spel met de werkelijkheid. ‘De wand’ werpt ons terug op onszelf en doet beseffen waar we vandaan komen en waar we thuishoren: de natuur.

Marlen Haushofer: De wand, Uitgeverij Orlando, Amsterdam 2021, 256 p. Vertaling van Die Wand door Ria van Hengel. ISBN 9789493081963.

Een gedachte over “Gevangen in de natuur

Voeg uw reactie toe

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: