Weigering van de eeuwige wederkeer

Op het omslag van Nachtlus, het poëziedebuut van de West-Vlaming Jeroen Messely, prijkt Nocturne in Black and Gold – The Falling Rocket van James Whistler, een hoogtepunt van het estheticisme in de schilderkunst. Resoluut ‘de graatmagere dageraad’ afwijzend, duikt Messely onder in de nacht. Nachtlus bevat zes delen, met Franse titels die expliciet verwijzen naar taal (‘La... Lees verder →

Troubadour van het alledaagse

Zo grijs, zo alledaags valt het niet te bedenken of de Rus Dmitri Danilov (1969) exploreert het in proza of poëzie. Zijn werk is een onafgebroken hymne op de zelfkant van het hedendaagse Rusland. Hypnotisch afstandelijk en met kurkdroge humor smeedt Danilov autobiografisch materiaal aaneen tot literaire documentaires, waarin hij vooral de schoonheid van het... Lees verder →

Aanschouwelijk drijfzand

In de wintertuin staat een man, in gedachten verzonken. Hij vraagt zich af wat het einde van het einde kan zijn. Hem lijkt het ultieme afscheid geen enkele vorm van verdriet. Hij ziet een wolk, 'loodgrijs, te zwaar voor elke weegschaal'. Stemmen van vroeger weerklinken. Hoofden van overledenen trekken in een stoet voorbij. Zopas verscheen... Lees verder →

Moeder, waar ben je?

De expressionist August Stramm stotterde in zijn verzen en prozagedichten – net als de late Beckett – op de rand van de stilte. Ook Paul van Ostaijen liet zich inspireren door de Duitse dichter, die concentratie- en herhalingsprocédés toepaste door als het ware in kringen naar binnen te schrijven. Helaas kreeg Stramm niet de kans... Lees verder →

Ode aan veelstemmigheid

In 1897 verzonk Paul Valéry in een lange periode van absolute stilte. Aanleiding was de existentiële crisis die hem vijf jaar eerder trof op een nacht in het huis van zijn oom en tante. Er woedde een hevige storm, bliksems spleten de hemel en een onuitgesproken liefde (voor een gehuwde vrouw uit Montpellier) verscheurde zijn... Lees verder →

Een veelvoud aan zielen

Toen ik in 1991 als Erasmusstudent enkele maanden in Lissabon verbleef, kende ik Fernando Pessoa (1888-1935) slechts van naam en een enkel gedicht. Zijn zittende standbeeld aan café A Brasileira intrigeerde me; zijn naam klonk in het Portugees bijna zo mooi als een fado. Ontvankelijk voor 'saudade', sloot ik de mysterieuze figuur in mijn hart... Lees verder →

Alsof er nog tijd rest deze dag

Weemoed, verlangen en ironie vloeien samen in Zoveel nabijheid (2018), een prozaïsche dichtbundel van Frans Budé (°1945). Net als in zijn jongste roman De dagen (2017) – een nostalgische terugblik op een gelukkige jeugd – schrijft Budé over wat hem lief is: herinneringen aan een vervlogen tijd. Stilte is nadrukkelijk aanwezig in de intieme bundel.... Lees verder →

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: