Troubadour van het alledaagse

Zo grijs, zo alledaags valt het niet te bedenken of de Rus Dmitri Danilov (1969) exploreert het in proza of poëzie. Zijn werk is een onafgebroken hymne op de zelfkant van het hedendaagse Rusland. Hypnotisch afstandelijk en met kurkdroge humor smeedt Danilov autobiografisch materiaal aaneen tot literaire documentaires, waarin hij vooral de schoonheid van het troosteloze bezingt. Zo tekende hij zijn liefde voor het urbane op in Beschrijving van een stad, zijn diepe sympathie voor het openbaar vervoer in Zwarte en Groene, zijn hartstocht voor voetbal in Er zijn belangrijker dingen dan voetbal. Met de bundel Het saaie, het gewone (2017) verenigt hij die drie passies in pretentieloze uitweidingen over de bijna krankzinnige gewoonheid der dingen.

Met sobere woordslingers wil de dichter – zoals iedere mens? – een spoor nalaten. Niet de persoon staat centraal, wel het banale dat hem omgeeft. De eerder prozaïsche gedichten in telegramstijl, zonder interpunctie, hebben eenvoudige, terloopse titels. Rechttoe, rechtaan laat Danilov de meest banale dingen stralen: ‘verkreukelde bussen’, koekblikken en schamele voetbalteams uit de derde divisie. De cadans van herhaling en opsomming werkt bijzonder sterk in het gedicht ‘Moskou’, waarin de dichter per taxi zijn stad doorkruist. Hij kijkt links, rechts, ziet vluchtige beelden: een smerige auto met getinte ramen, straatnamen, metrostations, een kruispunt, enzovoort. Nu en dan duikt vluchtig, gebald, een filosofisch inzicht op, gevolgd door diepe ontroering of ironische relativering, en telkenmale uitmondend in een dooddoener.

Urenlang kan de dichter naar plattegronden kijken. Ter verkenning van deze of gene stad zoomt hij in op een punt in Google Maps, gaat in zijn verbeelding op het dak van een torenflat staan en laat zijn vorsende, aandachtige blik afdwalen naar de meest obscure zijstraatjes. Danilov was ooit smoorverliefd op New York, de zusterstad bij uitstek van Moskou. ‘Het volkslied van Bulgarije’ neemt grootse, boude beweringen op de korrel; toch is Danilov een man van de ode. In ‘Daniil Charms’ richt hij zich plompverloren tot de man die schreef: ‘Eens zat een man, zich bewust van de kou/ Aan tafel een gehaktbal te eten’. De dichter beperkt zich tot een bescheiden verzoek aan zijn literaire held om een woordje voor hem te doen ‘Als u opeens/ Voor Gods Troon/ Komt te staan/ Om de een of andere reden geloof ik dat u dat zult/ Ergens twijfel ik daar gewoon niet aan/ Dat u voor Gods Troon komt te staan’.

Soms doet de titel al in lachen uitbarsten. ‘Ode op het niet-bereiken van het Russisch elftal van de 1/8 finale van het Wereldkampioenschap 2014’ begint met een tirade aan het adres van de ‘stumperaars’, de losers, de kippen zonder kop van het gouden team: ‘Een soort krankzinnigen zijn jullie/ Die maar lukraak wat te rennen lopen/ (…)/ Gewoon niet winnen van Algerije/ Zo dom is dat, gewoon/ Niet winnen/ Zo simpel als wat’. De hele wedstrijd lang zit de dichter zich op te winden en te fulmineren, om ten slotte gelaten te besluiten: ‘Maar onze weg is te verdragen/ En we zullen het verdragen’.

Zonder alcohol op pad gaan: ondenkbaar! Af en toe een slok, anders kom je de dag niet door. Dronken wordt de dichter ietwat sentimenteel; in nuchtere toestand overheerst milde spot. In ‘De fijnste manier om dronken te worden’ verkent hij de mogelijkheden: droge witte wijn in grote hoeveelheden is een vrij risicoloze, veel wodka (Charms schreef het al) een slechte methode. Toch ziet de dichter ook daar pluspunten: ‘Bijvoorbeeld een lawineachtig toenemende/ Inspirerende euforie/ Het uitslaan van verstandige taal/ Het houden van vurige toespraken’, maar hij onderschat de minpunten niet: ‘Bijvoorbeeld het wakker worden om drie uur ’s nachts/ Op station Dedovsk/ Of het wakker worden om vijf uur/ Op Halte Doebosekovo/ Moeilijk te zeggen wat erger is’.

Het liefst rijdt de dichter per openbaar vervoer door Moskou, langs onduidelijke dingen op mistroostige plekken, grijze onbestemde gebouwen, ‘een vaag soort loodsen’. ‘Dat zijn heel kostbare momenten/ Dat is een stuk van Rusland/ Dat voor het grootste deel/ Uit onduidelijke dingen bestaat’. Twee toestanden zijn hem dierbaar: het wachten op de bus en het rijden met de bus. Busritten hebben hem iets geschonken ‘Wat niet met woorden is uit te leggen/ En zelfs niet te beredeneren/ Gewoon – zonder zou het niet zijn/ Wat het is/ Het leven’.

In het juweeltje ‘Hoe metrobestuurders doodgaan’ laat de dichter alle remmen los. Om de een of andere reden is de wissel op de gele lijn niet omgezet en rijdt de trein rechtdoor. De bestuurder probeert te remmen. Tevergeefs. In toenemende vaart vliegt hij voorbij haltes; hij onderscheidt alle gezichten op de perrons. Waar eindigt zo’n rit? Ten slotte dicht Danilov de lezer nog een oorwurm aan. In ‘Aan de rivieren van Babel’ licht hij uitgebreid toe wat het luisteren naar Boney M’s hit Rivers of Babylon bij hem teweegbracht. Gewoon? Saai? Mogelijk. Maar o zo vertrouwd en – om het met Danilovs woorden te zeggen – ‘onzegbaar prachtig’. Een auteur om nauwgezet in de gaten te houden.

Dmitri Danilov: Het saaie, het gewone, Uitgeverij Douane, Rotterdam 2017, 176 p. Bevat gedichten uit de bundels Perekljoetsjatelj en I my razjezjajemsja po domam, vertaald door Arie van der Ent. ISBN 9789082723106.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: