Moeder, waar ben je?

De expressionist August Stramm stotterde in zijn verzen en prozagedichten – net als de late Beckett – op de rand van de stilte. Ook Paul van Ostaijen liet zich inspireren door de Duitse dichter, die concentratie- en herhalingsprocédés toepaste door als het ware in kringen naar binnen te schrijven. Helaas kreeg Stramm niet de kans... Lees verder →

In galop het duister in

'Was het een betovering van oktober, met zijn weke en roestige bladeren, waarboven de Notre-Dame zich bleek verheft – elke steen gehouwen met de geborduurde precisie van een hermetisme – en zich spits aftekent tegen de troosteloze grijze hemel?' De ik-verteller is net ontwaakt uit een droom. De aanblik van de gargouilles op de Notre-Dame... Lees verder →

De kant van de natuur

Vier huizen rondom een fontein in de schaduw van een berg: het Provençaalse gehucht Bastides Blanches, nabij Manosque, telt dertien inwoners inclusief dorpsgek. De wind snijdt er als een scheermes. De stad is ver, de wegen zijn slecht begaanbaar. Janet, de dorpsoudste, ligt ziek te bed. Bij het washuis klinkt het gezang der vrouwen, terwijl... Lees verder →

De geest van Bonnard

Vernon, 2017. Door het raam op de eerste verdieping kijk ik de lange, aflopende tuin in. Op dit uur van de dag reflecteert het kabbelende water van de Seine het licht verrukkelijk. Ik sta in het huis waar de Franse kunstenaar Pierre Bonnard (1867-1947) het interieur en de groentinten van zijn tuin talloze malen vereeuwigde.... Lees verder →

Onmetelijk begrensd

In een afgelegen stadje in de Australische vlakte arriveert een filmmaker. Door de gesloten jaloezieën van zijn hotelkamer dringt ondraaglijk hel zonlicht binnen. De plainsmen, de traditionele bewoners van het onherbergzame gebied, treffen elkaar in de bar om theoretische gesprekken te voeren over datgene wat hun leven beheerst: de vlakte. De filmmaker luistert naar hun... Lees verder →

Als alle privacy verdwijnt

De dikke rosse is niet meer. Eva Caradec vraagt zich af op welk moment een potentiële moordenaar in een feitelijke moordenaar verandert en waarom ze zelf dit plan ten uitvoer hielp brengen. Nochtans behoort zij niet tot het soort mensen dat zich aan dieren vergrijpt. Een huis dat van ons is is de tweede naar het... Lees verder →

Benjamins immanente literatuurkritiek

Walter Benjamin (1892-1940), filosoof, historicus en essayist, vertaalde onder meer Proust en Baudelaire en ambieerde niet minder dan de grootste criticus van de Duitse literatuur te worden. Eerder dan grote filosofische vraagstukken (het ware, het goede, het schone), nam Benjamin kleine, vrij banale dingen als uitgangspunt voor zijn beschouwingen. Wat literatuurkritiek betreft, hanteerde Benjamin het... Lees verder →

Ode aan veelstemmigheid

In 1897 verzonk Paul Valéry in een lange periode van absolute stilte. Aanleiding was de existentiële crisis die hem vijf jaar eerder trof op een nacht in het huis van zijn oom en tante. Er woedde een hevige storm, bliksems spleten de hemel en een onuitgesproken liefde (voor een gehuwde vrouw uit Montpellier) verscheurde zijn... Lees verder →

Levenskunst van een lanterfanter

Zürich, circa 1900. Op een ochtend stapt een schuchtere, fatsoenlijke jongeman bij een boekhandelaar binnen en biedt zijn diensten aan. Simon Tanner stelt zichzelf met zwier voor. Onder de indruk van Simons openhartigheid, laat de oude boekhandelaar hem op proef beginnen. Amper een week later geeft Simon er de brui aan. Hij veegt zijn chef... Lees verder →

Feestelijke spraakverwarring

Heldere taal veronderstelt 'een spreker die weet wat hij wil zeggen, een aanspreekbare toehoorder, een gemeenschappelijke taal en een gemeenschappelijke ervaring van de dingen waar we over spreken'. Aldus de Franse surrealist, dadaïst en patafysicus René Daumal (1908-1944) in het voorwoord van Het drinkgelag. Een trilogie van de dorst. Als aan die voorwaarden niet voldaan... Lees verder →

Doelman zonder doel

Op een mooie oktoberochtend meent monteur Joseph Bloch, voormalig doelman, dat hij ontslagen is. Zonder eerst de tekens die daarop wijzen te verifiëren, draait hij zich om en verlaat het bouwterrein. Begint een omzwerving door een contourloze tijd en ruimte, een ontwrichtende confrontatie met de betekenis der dingen. De angst van de doelman voor de... Lees verder →

Een wrede spiegel

'Het lichaam is wakker, de ogen zijn open, maar de geest staat op het punt van ontwaken, als bij iemand die slaapt, en is op mysterieuze wijze in staat alles te doorgronden en zich in alles te verplaatsen.' Een onbestemde angst overmant de ontwakende schrijver. Een oude schoolvriend, een onbekende kracht is in aantocht. Een... Lees verder →

Orwell aan de grond

Na vijf jaar dienst bij de Indian Imperial Police in het koloniale Birma, keerde George Orwell (1903-1950) in de lente van 1928 terug naar Europa en betrok in een Parijse achterbuurt een kamer in Hôtel des Trois Moineaux: een goor en donker onderkomen voor buitenlandse arbeiders en mensen die tot eenzaamheid en armoede waren vervallen.... Lees verder →

Door geluid gelouterd

Als in een droom ziet hij honden voor zich uit rennen, in de stilte, door de kou, door de tijd. Niets dan witte lege ruimte. De honden brengen hem waar hij moet zijn. Wit in wit: een vorm die hij herkent. Hij glijdt weg, valt door de ruimte, door de tijd, hoort niets meer. 'Open... Lees verder →

Monumentale kunst van de geest

Het filosofisch-muzikale proza van Thomas Bernhard (1931-1989) lijkt wel een kluwen van geestelijke hinderlagen. Wie hem leest, moet beducht zijn op een niet aflatende aanval van taal. Menigvuldig voert het enfant terrible van de Oostenrijkse literatuur excentrieke, eenzelvige en boze protagonisten op, die een geestelijke strijd voeren tegen zowat alles en iedereen. Balancerend op de... Lees verder →

Dans, kleine man, met het leven!

Aan de literatuur heeft Belmiro zijn redding te danken. Het was de dag voor Kerstmis, 1934, toen Belmiro aantekeningen begon te maken voor zijn memoires. In een kroeg in Belo Horizonte voerde een groep vrienden – intellectuelen, revolutionairen, filosofen en literatoren – een verhitte discussie. Belmiro hield zich zoals gewoonlijk afzijdig. Een faustische onrust woedde... Lees verder →

Aan de bosrand

Bijna onzichtbaar, hand in hand, lopen twee oudjes aan de bosrand, in het grensgebied tussen de habitats van het wilde dier en de geciviliseerde mens. Heel zichtbaar: twee witte katten. Ook andere verdwaalden en verwarden, habitués van de schemering, houden zich hier op. De verdierlijkte mens en het half gedomesticeerde dier ontmoeten elkaar en overschrijden... Lees verder →

Boekendienaar zint op wraak

Luttele minuten na consumptie van onheilstijdingen in de krant, vergezeld van een glas witte wijn op zijn dierbaarste caféterras, beschuldigt een boze man Boekendienaar ervan zijn paraplu te hebben ontvreemd en wijst daarbij een zwart-wit regenscherm aan, achteloos bengelend aan de rugleuning van Boekendienaars stoel. Met zwaaiende wijsvinger waarschuwt de boze man dat hij met... Lees verder →

De bloedneus van Boekendienaar

Een bloedneus overkomt Boekendienaar wel vaker wanneer hij op stap is. Zeker wanneer hij onderweg een ijshoorntje eet en onmiddellijk daarna een heuvel beklimt. Zo gebeurde vandaag bij de beklimming van de Kantienberg richting Sint-Pietersabdij. In de boomgaard palend aan het historisch pand mag Boekendienaar graag verwijlen op herfstige dagen. Liefst eet hij er een... Lees verder →

Boekendienaar flaneert

Boekendienaar is een flaneur. Althans dat verbeeldt hij zich wanneer hij getooid met sjofele hoed en gepommadeerde snor in zijn beige linnen pak de boulevard op wandelt. Stroomopwaarts kuiert hij de zomerse dag tegemoet en laat zich meedeinen op het ritme van wandelaars en vaarders. Nu en dan houdt hij blijmoedig halt aan de oever... Lees verder →

Een gombrowicziaanse dag voor Boekendienaar

Licht aangeschoten zit Boekendienaar met zijn smoel in zijn handen aan een hoekige tafel bij een glas Pouilly-Fuissé gombrowicziaans te wezen. Knorrig door de hitte aanschouwt hij de wereld om zich heen. Die wereld ziet er kunstmatig, theatraal uit. Bevangen door weerspannigheid weigert Boekendienaar zich heden aan conventies te houden. Ostentatief poot hij zijn stoel... Lees verder →

Fuga in woord en beeld

Majestueuze klanken golven door de ruimte. Naar een orgelconcert luisterend in een vaal verlichte kloosterkerk, denk ik aan De andere naam. Septologie I-II, de zopas vertaalde roman van de Noorse schrijver Jon Fosse (1959). Terugkerende tonen vermengen zich met het onaardse licht en de repetitieve bewoordingen in Fosses werk. Beelden komen tevoorschijn, krijgen contouren, verveelvoudigen... Lees verder →

Verbloemd kwaad

In de jaren dertig van de vorige eeuw leidt Jean Genet (1910-1986) een zwerversbestaan en een dievenleven. Dankzij de tussenkomst van Cocteau, Sartre en andere invloedrijke Franse schrijvers ontsnapt hij aan een levenslange gevangenisstraf en begint in 1945 het grotendeels autobiografische Dagboek van een dief te schrijven. Hij is vijfendertig jaar oud, rijk en vermoeid.... Lees verder →

De pijngrens voorbij

Thomas Meerman ligt met hoge koorts in bed. Al jaren droomt de zieke schrijver van 'het ideale, niet-gebeurende verhaal, een verhaal als talloze, uit een hoge hoed getoverde, nergens heen lopende konijnen'. Hij ijlt. En jawel, uit zijn koortsdromen springt zo'n konijn tevoorschijn, in de vorm van een obsessie voor Leonie en Jitka, de twee... Lees verder →

Een bord linzen en beren op de weg

Meer mensen dan hij in tijden zag, zijn vanmiddag in zijn appartement langsgekomen. Gelach, felicitaties. Mensen die hij niet kende, schudden hem de hand. Als hij het goed begrijpt, waren ze er omwille van een onderzoek dat hij vroeger zou hebben uitgevoerd in een natuurkundig laboratorium en dat nu blijkbaar een toepassing heeft gevonden die... Lees verder →

De onbeteugelde avonturen van Boekendienaar (VII)

De ideale bibliotheek, zeshoekig met een hoek af, is traditioneel en vooruitstrevend, overzichtelijk en labyrintisch, vol en leeg, open en gesloten, nederig en oneerbiedig, vertrouwd en bevreemdend, fundamenteel en overbodig, te groot en te klein, volmaakt en onaf, onrustwekkend en geruststellend, hoffelijk en provocerend, een wensdroom en een absolute nachtmerrie. De ideale bibliotheek is als... Lees verder →

Het beste van 2019

Binnenkort zullen de eindejaarslijstjes ons overspoelen! Daarom selecteer ik graag nu reeds – uit de zesenzestig boeken die ik dit jaar las – tweeëntwintig memorabele titels, die ik u vurig aanbeveel. 1. Dodeneiland van Gerhard Meier 'Bij aanvang van de wandeling heeft Baurs verhaal veel weg van een impressionistische aquarel; gaandeweg neemt het de vorm... Lees verder →

De onbeteugelde avonturen van Boekendienaar (IV-VI)

Alle boeken die hij ooit gelezen heeft, razen door Boekendienaars geest. Met een onvergelijkelijke tegenwoordigheid van geest draait hij zich om en schopt zijn rechterbeen met kracht naar voren. Wonderwel past het been net in de opening die de automatisch sluitende deur van de nooduitgang hem nipt gunde. 'Gered!' fluistert onze held. Dient gezegd dat... Lees verder →

De onbeteugelde avonturen van Boekendienaar (I-III)

I Wie in een bibliotheek werkt, ontwikkelt na verloop van tijd hoe dan ook vreemde gedragingen. Dat kan gaan van afwijkende gewoonten, over hardnekkige obsessies tot markante tics. Om u daar iets levendigs bij voor te stellen hoeft u maar te denken aan voorkomen, persoonlijkheid en werk van gewezen schrijvers-bibliothecarissen als Alberto Manguel, Jorge Luis... Lees verder →

Ecce angelus

'En kri, mijne heren! En kra!' Het koor herhaalt: 'En kra!' Tijdens een dodenwake op Martinique geeft een hindoe in het creools een verhaal ten beste. Gefascineerd luistert een vreemdeling naar de voor hem onverstaanbare vertelling. Het bedwelmende ritme en de exotische setting doen hem terugdenken aan zijn ontmoeting met Khadija, toen hij ten tijde... Lees verder →

Driewerf mens

Juraj Hordubal heeft het spreken verleerd. Acht jaar lang heeft hij zich in Amerika in het zweet gewerkt om vrouw en kind een beter leven te bieden. Hafia moet nu elf zijn. Naarmate Hordubal de helling naar zijn dorp Kriva afdaalt en de bimbam van koeienbellen hem tegemoet waait, gaat zijn koffertje zwaarder wegen. Hordubal... Lees verder →

Moment op schaal

Na dertig jaar trouwe dienst gaat de potloodslijper van Ikea met pensioen. In Zo zie je alles, de jongste roman van de Nederlandse dichter-schrijver Donald Niedekker (1963), wil de ik-verteller zijn collega's verrassen met een miniatuurmodel van de Ikea-vestiging in Groningen, compleet met kassa's, klaphekken, diepvriezers en barcodelezers. In de boerderij van zijn overleden ouders... Lees verder →

Salto mortale

    Een avond van triomf: provocerend uitgedost in een nauwsluitend rood pak bezaaid met sterren, klimt een koorddanser op het stalen koord. Hij is als een Narcissus die, wars van kritiek en oordeel, aan zichzelf verschijnt. In een wreed spel met de dood (een danse macabre) verandert de acrobaat in een stierenvechter. Zijn sprongen:... Lees verder →

Teste, demon van de mogelijkheid

Meneer Teste, een onopvallende, zwijgzame figuur van een jaar of veertig, observeert voortdurend. Hij is een verlichte geest die gevoelens noch verlangens kent; hij oordeelt niet, hoeft zelfs niet te praten om zijn omgeving nederig te stemmen. Teste kan niet anders dan imponeren want hij lijkt erin geslaagd wetten van de geest te ontdekken die... Lees verder →

Een echo van IJsland

Een afgelegen huis in de fjord. Een zwijgende, componerende echtgenoot. Een immer zingende dochter vol vragen. Hoe leef je, hoe leef je samen, hoe geef je leven door op een eiland met onvoorspelbare getijden, waar dag en nacht een half jaar duren, verhoudingen ontdaan zijn van schijn en theatraliteit? Met Winter-IJsland publiceerde de Nederlandse schrijfster... Lees verder →

Fijngevoelige gruwel

Dwars door de velden gaat de gek recht op zijn doel af. 'Het was ook hoog tijd dat ze hem hadden vrijgelaten, anders had hij ze allen omgebracht, allemaal samen.' De portier heeft zopas voor hem de grote ijzeren deur geopend en met zijn spullen op de schouders zet hij er nu de pas in,... Lees verder →

Door de ogen van de coyote

Een man loopt door een stad. Hij heet Walker, de stad New York. We schrijven 1946. De stad is een kluwen van lijnen, recht en diagonaal. Een stenen doolhof. De man ziet alles in close-up, is niet in staat afstand te nemen. Walker is veteraan en op de dool. Hij kan niet terug naar het... Lees verder →

Lof der onrijpheid

De Poolse avant-gardeschrijver en criticus Witold Gombrowicz (1904-1969) was een eenling, oorspronkelijk denker en baldadig schenenschopper. Hij leidde een nomadisch en turbulent leven, emigreerde net voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog naar Argentinië om vierentwintig jaar later terug te keren naar Europa en zich voorgoed te vestigen in het Zuid-Franse Vence. Spanning tussen ernst... Lees verder →

Goethe gefileerd

Behalve schrijver, essayist, film- en documentairemaker was Georges Perec (1936-1982) een meester in literaire experimenten. Zo schreef hij onder meer een palindroom van maar liefst vijfduizend letters en een hele roman waarin de letter e niet één keer werd gebruikt (La disparition; ’t Manco). Samen met Raymond Queneau en Italo Calvino maakte Perec deel uit... Lees verder →

Liefde in tijden van afwezigheid

  1929. Sinds een maand verblijft Sandu in Parijs. De zon is net ondergegaan in de Jardin du Luxembourg. Sandu is bijna volmaakt gelukkig. Thuis, in Boekarest, heeft hij Irina achtergelaten die van hem houdt. Plichtsgetrouw schrijft hij haar. Wanneer op een dag haar brieven uitblijven, verandert Sandu's onverschilligheid in grote bezorgdheid. Anton Holban (1902-1937)... Lees verder →

Om de doden te doen lachen

Gordon Koem loopt door het puin van zijn verwoeste stad. Het landschap slaat nergens meer op. Alsof de Kolos van Goya hier op doortocht was. Geen gebouw staat nog overeind. Alles is met een laag as bedekt; daaronder grauwzwarte, kleverige pek. Er zouden ultrakrachtige wapens van de laatste generatie en napalm ingezet zijn. Bijna ziet... Lees verder →

Jarig!

Een jaar geleden zag Geen dag zonder boek het levenslicht. Zeventig recensies en bijna zesduizend leesbezoekjes (zeggen de statistieken) later, kijk ik met fierheid even op en om. Een productief jaar was het zeker. Zoeken naar het beste wat de literatuur te bieden heeft, is nog steeds mijn missie. Nog steeds lees ik elk boek... Lees verder →

Beste boek van ’t jaar! Aquarel tapijt symfonie

Op een gure, Turner-achtige herfstdag in 1977 wandelen twee heren langs de Aare door het Zwitserse stadje Amrain. Ze lopen door rustige straten met jugendstilhuizen en tuinen vol bloeiende rozen, langs woonblokken en treinsporen. Baur en Bindschädler, zo heten de heren, doorkruisen parken, steken bruggen over, dalen trappen af. Hun wandeling, de hele omgeving, is... Lees verder →

Een veelvoud aan zielen

Toen ik in 1991 als Erasmusstudent enkele maanden in Lissabon verbleef, kende ik Fernando Pessoa (1888-1935) slechts van naam en een enkel gedicht. Zijn zittende standbeeld aan café A Brasileira intrigeerde me; zijn naam klonk in het Portugees bijna zo mooi als een fado. Ontvankelijk voor 'saudade', sloot ik de mysterieuze figuur in mijn hart... Lees verder →

Te woelig voor woorden

Voor de kust van Bretagne ligt een eiland, zo klein dat de inwoners er voortdurend op elkaars lip zitten, maar gezegend met een perfect microklimaat, een hoog jodiumgehalte en spectaculaire getijden. Voor de faunachtige Gilles is dit het beloofde land. Met zijn zevenenveertig katten betrekt hij er voor de zomer een woning tussen de rotsen,... Lees verder →

Ook verhalen kunnen verdwalen

De geur van perenbloesem naast een rottend lijk. Een idyllische liefde te midden van onnoemelijke wreedheid. Een scherp, glashelder inzicht in een contourloze wereld. Verdwaald is een bevreemdende kluwen van achttien verhalen, een zoektocht naar de maat der dingen, waarin de Nederlandse schrijver en dichter Wiljan van den Akker (1954) grenzen neerhaalt en droom, mythe,... Lees verder →

Een moordgeschiedenis

Zoals algemeen geweten kende het Molussië van drieduizend jaar geleden een aantal taboes waarvan het aantasten een onvergeeflijke heiligschennis was. Taboe nummer één was de muur om het ondergronds gelegen kerkhof. Die muur was een 'onbetwijfelbaar feit', even ongenaakbaar als de lucht of de seizoenen. Ook was het strikt verboden (taboe nummer twee) het kerkhof... Lees verder →

Schijnbaar terloops

In 1936 hield Stefan Zweig in Londen een lyrische voordracht over Rainer Maria Rilke (1875-1926), waarin hij niet alleen Rilkes zuivere dichtkunst prees, maar ook zijn zuiver dichterlijk bestaan, als een volmaakte wijze van leven. Volgens Zweig, die Rilke persoonlijk kende, was geen schrijver, geen kunstenaar zo vrij als hij. Hij had geen adres, geen... Lees verder →

Het nut van modder en moraal

Herder Tityrus leidt een rustig leventje in de veenderijen. Tityrus is een eenling en een gelukkig man. Hij aanvaardt de dingen zoals ze zijn en neemt er genoegen mee naar de moerassen te staren. Op zijn ochtendlijke tochtjes bestudeert hij de flora, 's avonds reflecteert hij en schrijft in zijn dagboek. Aan reizen heeft hij... Lees verder →

Charleston op de vulkaan

In 1927 ging Joseph Roth in opdracht van de Frankfurter Zeitung op audiëntie bij president Ahmed Zogu, die later koning Zog I van Albanië zou worden. De president, 'wiens blondheid als verdwaald op zijn oriëntaalse gezicht' lag, stelde de journalist enige vragen en drukte hem vervolgens op het hart dat hij van verslaggevers alleen de... Lees verder →

Sacraal verval

Cinéast Jean-Luc Godard omschreef waarheid als 'iets tussen verschijnen en verdwijnen in'. Vanop een afstand lijkt de figuur die zich aan het begin van de film Wanda (1970) en de roman Aanvulling op het leven van Barbara Loden (2019) uit het donker losmaakt, een vrouw. Maar die waarheid valt niet goed te zien. Nu en... Lees verder →

Manipulatief spel met de lezer

'Goed, waar wacht je nog op? Strek je benen uit, leg je voeten rustig op een kussen, op twee kussens, op de armleuningen van de divan. […] Zorg ervoor dat er in geen geval schaduw over de bladzijde valt, maar ook geen al te schel licht.' Zo wordt de lezer toegesproken die zonet Als op... Lees verder →

Muur van verlangen

Ruim tien jaar na de val van het IJzeren Gordijn houdt een dichter een toespraak ter inhuldiging van een straat in Berlijn, vernoemd naar de romantische schilder Caspar David Friedrich (1774-1840). Bij de toehoorders wil hij gedachten en gevoelens opwekken die een nieuwe omwenteling op gang kunnen brengen. Hij waarschuwt dat zijn toespraak lang zou... Lees verder →

De laatste heilige schrijver

In 1924 pleegde Max Brod woordbreuk jegens een vriend en bewees de wereldliteratuur een onschatbare dienst. Brod zag het als zijn taak om de manuscripten van Franz Kafka te behoeden voor verdwijning, in weerwil van zijn belofte dat hij ze na Kafka's dood zou vernietigen. Brod redigeerde het handschrift en maakte er een keuze uit.... Lees verder →

Meer dan een pompend hart

Henk van Doorn, 56, verpleegkundige, wordt wakker. Zijn leven, zoals het er nu voorstaat, dringt langzaam tot hem door. Het zijn geen hoopgevende gedachten. Schurk is niet in orde; dat baart Henk zorgen. De hond lijdt aan hartfalen, zegt de dierenarts. Ook met Henk gaat het niet zo goed. Volgens zijn broer Freek is Henk... Lees verder →

Aan de grond in Caïro

Het is zomer. Auto's razen voorbij in de duizend jaar oude moderne stad die uit haar voegen barst. Op verzakte trottoirs van drukke wegen, geflankeerd door 'onvoltooide ruïnes' – gebouwen, gedoemd om in te storten – zitten mannen onderuitgezakt op caféterrassen en beweegt zich traag een mensenmenigte voort. Liefdesklachten van een mythische zangeres klinken uit... Lees verder →

Medium van de ironie

Kurt Schwitters (1887-1948), Duits avant-gardistisch beeldend kunstenaar, dichter, schrijver en publicist, gebruikte voor zijn collages al wat hij maar kon vinden: krantenpapier, postzegels, stukjes wasdoek, buskaarten, advertenties. 'Merz': zo noemde Schwitters zijn nieuwe uitdrukkingsvorm met principieel alle soorten materiaal. Het is de tweede lettergreep van Kommerz, een woord uit een advertentie die hij gebruikte voor... Lees verder →

Wat als God zijn biezen pakt?

'En of, wat een hitte!' De veertienjarige Steeny ontwaakt uit zijn middagdutje. Rond het Noord-Franse dorp Fenouille liggen de weilanden waar de beesten zijn, 'de lange Vlaamse koeien met hun droeve ogen'. Het zindert tussen de houten lamellen van het huis in de laan met de hoge linden. Steeny leeft in een gouden kooi van... Lees verder →

Wandelgek

Karrer is krankzinnig geworden en zit in Steinhof. Nu wandelt de verteller niet meer enkel op woensdag, maar ook op maandag met Oehler. Voorheen wandelde Oehler op maandag met Karrer. Het verschil in wandelgewoonten van beide heren blijkt op maandag, zowel vestimentair als aangaande wandelsnelheid, groter dan op woensdag. Op maandag kan de verteller Oehler... Lees verder →

Een stad als een visioen

Een reiziger komt aan in Venetië. Hij haast zich naar de vaporetto, neemt zijn intrek in een hotel vlak achter het Piazza San Marco, kijkt door het raam en ziet zwarte gondels wiegen in het 'doodskleurige water'. Opnieuw zal hij de stad moeten veroveren, door zijn herinneringen en door de vele lagen van de geschiedenis... Lees verder →

Knipoog van Narcissus

Zelfbewust recht Ewout Meyster zijn rug. Hij is zeventien en weet hoe het moet: superieur en soeverein zijn. Dag in, dag uit imiteert hij gedrag, voorkomen en intonatie van machtige, invloedrijke mannen als Churchill, Hitler, Roosevelt. Steeds wil Ewout de dingen een stap voor zijn, anderen verbazen en verwarren. 'Vrij was je dan, beschikbaar voor... Lees verder →

Ijskoud

Jaren na Johannes' dood besluit zijn dochter dat ze zijn as wil bezitten. Ze denkt terug aan haar trieste jeugd, verlaten door beide ouders, ondergebracht bij haar grootmoeder, later op kostschool. Ze leerde doen alsof, werd onverschillig. Haar vader kende ze nauwelijks. In 2003 werd Proleterka van de Zwitserse Fleur Jaeggy (1940) door The Times... Lees verder →

Kathedraal van pijn en verlangen

In het voorjaar kleurt het licht in het dorp roze door de pas geverfde huizen en de paarsrode boomheide waarmee de berg begroeid is. Mos, klimop en blauweregen overwoekeren de gevels; zwarte en witte rouwdragers bouwen er hun nesten. Onder de woningen van het naamloze dorp stroomt de rivier met haar verborgen water, 'gek van... Lees verder →

Hoe nietig de mens!

Wat er twintig jaar geleden op de hoge alpenweide van de berg Sasseneire gebeurde, schrikt de meerderheid van de dorpsraad niet af om het vee er deze zomer voor het eerst opnieuw te laten grazen. De oude Munier waarschuwt nochtans: dat de bergen zo hun eigen ideeën hebben, dat het leven van de beesten, van... Lees verder →

Val in de tijd

Onthutst, sprakeloos staan twee mensen tegenover elkaar. Aan de ene kant van de deuropening: Judith, die 'op een merkwaardige manier op zichzelf leek', aan de andere kant: de naamloze ik-verteller. Ze hebben elkaar lang niet gezien. Hij komt voor Judiths huisgenote Claudia. Terwijl ze zwijgend tegenover elkaar staan, komen begraven herinneringen bovendrijven. Ontzetting neemt bezit... Lees verder →

Vlakgom voor emoties

kLEINE HELLEN van beeldend kunstenaar en auteur Anne Moon Disko (alias Martijn Couwenhoven) opent als een naïef schilderij. Een kind slalomt argeloos tussen strandstoelen met op de achtergrond bolle, witte wolken boven een azuurblauwe zee. Hij loopt langs de vloedlijn, verdwijnt. Zijn zusje staart verstijfd van angst naar de zee, 'die nog nooit zo weids... Lees verder →

Zo wakker als maar zijn kan

In een dienstbodekamertje van vijf vierkante meter zit met een opengeslagen boek op schoot roerloos een wakkere man. Hij leest niet meer, wacht, verlangt naar diepe slaap. In een roze plastic teiltje liggen drie paar sokken te weken. Hier is iets existentieels aan de gang: 'Je blik in de gebarsten spiegel, het druppelen van de... Lees verder →

Geschreven in de geest van posthumanisme

Dat Marie Darrieussecq (1967) een schrijfster met lef is én van vele markten thuis, bewijst haar jongste roman, Ons leven in de bossen. Zonder scrupules lapt ze literaire conventies aan haar laars en experimenteert met stijl en vorm. Met deze roman heeft Darrieussecq een uitdagend, curieus en dystopisch buitenbeentje op de wereld gezet. Een openingszin... Lees verder →

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: