‘Iedereen hier belazert je’

‘Toen ik overhaast besloot om in Marokko te gaan wonen, had ik niet kunnen bedenken dat het zo kon regenen in dat land, waar ik meerdere keren doorheen was gereisd en dat me altijd woestijnachtig had geleken. Toch regende het die winter in Mimoun weken achtereen. De wind geselde de bomen, en de zwiepende takken kwelden mijn verbeelding. Hun naargeestige geluid bracht me van slag en dompelde me in stemmingen die eerder bij een puber pasten dan bij de man die ik toen al was.’

De ingeweken Madrileen Manuel kan in Fez enkele uren per week als universitair docent aan de slag. Omdat het leven tussen expats in die smerige, verstikkende, ‘mooiste stad ter wereld’ hem onecht voorkomt, te veraf van de lokale cultuur, verhuist Manuel naar Mimoun, waar buitenlanders – zonder uitzondering zonderlingen – op één hand te tellen zijn. Hij trekt in bij de leraar Francisco, een landgenoot, in een statig huis bovenop een heuvel. Er hangt een mistroostige sfeer in het stadje: verval en verloedering alom.

Terwijl Francisco foetert op ‘die kloterige Marokkaanse lamlendigheid’ en zich met berbermuziek en veel te dure hasj (‘iedereen hier belazert je’) in zijn hoge burcht verschanst, vergaapt Manuel zich aan de ‘mysterieuze blauwe lijn van het Atlasgebergte’ en de fabelachtige maan. Om het huis heen cirkelen vervaarlijk grommende zwerfhonden. Alles ademt betovering en latente dreiging. ’s Nachts daalt Manuel af naar de cafés in de medina en knoopt er nieuwe vriendschappen aan. Melancholie, knagende eenzaamheid en een soort postkoloniale leegheid drijven hem al snel naar alcoholverslaving en seksuele escapades met jonge Marokkanen.

In een wereld gebouwd op paradoxen, waar bijgeloof dagelijkse kost is, lopen onbeholpen, onrijpe Europeanen hoe dan ook verloren. Een combinatie van wereldvreemdheid en gebrek aan oprechte belangstelling en waardering voor de lokale taal en cultuur, veroordeelt hen tot blijvend ronddolen in een beneveld gebied. Manuel toont zich van meet af aan welwillender, geïnteresseerder en flexibeler dan de gemiddelde inwijkeling. Hoewel hij, ‘op zoek naar weet ik het wat’, erin slaagt enkele dingen te begrijpen, valt ook hij langzaam ten prooi aan vervreemding, paranoia, angst en euforie.

Met de immer argwanende Francisco botert het maar niet en hun excentrieke buurman, de Franse dichter Charpent, lijkt wel door de duivel bezeten. Trouwe vriend Hassan blijkt een onverbeterlijke bedrieger en politieagent Driss volgt hem als een schaduw (‘in Mimoun kan geen enkele buitenlander er een verborgen leven op na houden’). Ook de nuchtere huishoudster Rachida heeft het minder goed voor met Manuel dan hij denkt. Zelfs wanneer hij helemaal aan de grond in een vervallen krot gaat wonen, waar hij zich aan zijn verslavingen te buiten gaat, blijft Manuel, bedwelmd door de paarsrode hemel, verknocht aan Mimoun. Het bedrog én de ontluisterende eerlijkheid van zijn Marokkaanse vrienden en kennissen (‘Ah! L’Espagne! Et c’est Madrid que vous habitiez avant Mimoun? Vous n’avez pas bien choisi, Monsieur.’) doen geleidelijk de schellen van zijn ogen vallen. Een sfeer van wantrouwen infecteert iedereen in Manuels omgeving en elk beetje wederzijdse genegenheid en mededogen slaat om in haat.

‘De stem van de muezzin daalde langzaam neer over Mimoun, alsof de hitte haar een tijd wiegde voordat ze zich vermengde met het stof van de uitgeputte stad.’ Wanneer er een zelfmoord (of is het moord?) plaatsvindt, wordt Mimoun ‘het onwerkelijke decor van een nachtmerrie’. Het verhaal komt in een verzengende stroomversnelling terecht en de personages veranderen in opgejaagde dieren.

Rafael Chirbes, de auteur van deze unheimisch mooie en opwindende roman, stelt de eenzaamheid voor als ‘een soort collectieve zonde waarvan geen mens zich ooit schoon kan wassen’. Hij laat je – als in een film noir – in de huid kruipen van antiheld Manuel, tegen de achtergrond van een broeierige, louche stad. Een plek waar meer is dan vijandigheid: ‘een geheimzinnige vorm van liefde’. Dit smaakt beslist naar véél meer Chirbes.

Rafael Chirbes: Mimoun, Uitgeverij Vleugels, Bleiswijk 2022, 112 p. Vertaling van Mimoun door Eugenie Schoolderman. ISBN 9789493186613.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: