Manosque, waar magie en mythen leven

‘De lijn waar het precieze begin ontstaat, de lijn waarachter ik ophoud mezelf te zijn en de golvende deining van de heuvels word, die lijn ligt verborgen onder het gebladerte van mijn aders en slagaders, in de takken van van mijn spieren, in het gras van mijn bloed, in dat grote groene bloed dat kolkt onder de vacht van de olijfgaarden en onder het haar op mijn borst.’

In Manosque dicht Jean Giono de heuvels, de rivieren, de bomen en de aarde in het landschap rond zijn woonplaats menselijke eigenschappen toe, net zoals hij de taaie, pure, van oudsher door wind, regen, droogte en plagen geteisterde bewoners van het Provençaalse stadje dierlijke of plantaardige trekken geeft. Op de hellingen in de Haute-Provence rusten magere dorpen met huizen gemaakt van walnotendoppen en hun aan oeroude rituelen gehechte bewoners. In de doorzichtige schaduw van olijfbomen bewerken de boeren het land met de hand. Hogerop, tussen amandel- en vijgenbomen, hoeden herders hun geiten en zingen liederen.

Armoede en hard brood zijn dagelijkse kost in Manosque. ’s Avonds komen de veldwachter, de schoenlapper, de waardin, de postbode en de spinster samen onder de grote moerbeiboom op het plein om bij een glas absint hun verhalen te vertellen. Bij het vallen van de nacht horen ze wroetende, plonzende, stromende geluiden. In de dorpen heerst meer onbehagen dan in de stad. Angst, ziekte (cholera en lepra) en waanzin gaven sommige ervan een uitgestorven aanblik. Vrouwen op klompschoenen met ‘een arm vol hooi, een mand met wasgoed, een kind dat nog geboren moet worden’, haasten zich hun huizen in wanneer ze voortekenen zien en hoeden zich voor onheil door luiken en deuren zorgvuldig af te sluiten.

Levensgenieter Toussaint, eeuwig op zoek naar de idylle, loopt de heuvel op en proeft de lucht die naar vlinders smaakt. Van de stad moet hij niets weten: ‘bomen die gemeenteambtenaren zijn geworden’, ‘pretentieuze cafeetjes’ en kinderen die niets anders leren dan automerken. Liever daalt hij af naar de Durance, ‘gevlochten rond witte eilandjes’, waarachter het zingende plateau van Valensole, ‘gladgeschaafd door de wind’. De vlakte, ‘een lappendeken van omgeploegde velden’, wordt in de zomer zwaar van graan en vruchten. Naast de herder Tistou, met wie Toussaint rond Pasen in de bron het vuil uit zijn huid zwemt, maken we in Manosque kennis met vele andere streekbewoners.

Giono neemt je mee op een aardse en hemelse reis door zijn geboortestreek. Hij bezingt de heilzame krachten van aarde, wind en water en hun verstandhouding met de bergen op een plek waar magie en mythen leven en de zon een godheid is. Manosque is een ode aan de wilde natuur en aan de halfwilde mens die er, nieuwsgierig en erkentelijk, zijn plaats in zoekt (en vindt). Mens, dier, plant en landschap grijpen op elkaar in en verstrengelen, zoals tijdens de jaarlijkse olijvenpluk. ‘Gedicht van de olijf’, het tweede deel van Giono’s betoverende ode, alweer sterk vertaald door Kiki Coumans (ze vertaalde enkele jaren geleden ook de magistrale debuutroman van Giono: Heuvel), gaat integraal over dit wonderlijke, zinnelijke gebeuren.

Jean Giono: Manosque, Uitgeverij Vleugels, Bleiswijk 2022, 104 p. Vertaling van Manosque-des-Plateaux door Kiki Coumans. ISBN 9789493186583.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: