Memoires van een Odysseus zonder Ithaca

'Een man neemt zich voor de wereld in kaart te brengen. Jaren aan één stuk bevolkt hij de ruimte met beelden van provincies, koninkrijken, bergen, baaien, schepen, eilanden, vissen, kamers, instrumenten, hemellichamen, paarden en mensen. Kort voor zijn dood ontdekt hij dat door die geduldige doolhof van lijnen het beeld werd geschetst van zijn eigen... Lees verder →

Een tegenpolige vriendschap

Tijdens een maandelijkse ontvangst voor medewerkers en vrienden van de Nouvelle Revue Française, maakte de Franse schrijver Roger Martin du Gard in 1913 eindelijk kennis met de legendarische André Gide. Hij zag eruit als een clochard: uit een gekreukte boord stak een oude vogelnek waarop een slecht geschoren en wrattig gezicht rustte. De excentrieke schrijver... Lees verder →

Vrede sluiten met de doden

Vanuit zijn appartement in het Palais-Royal slaat de schrijver Emmanuel Berl zijn overbuurvrouw gade, een bleke dame die voor haar open raam een raadselachtig ritueel uitvoert: met gelijkmatige passen, geheven hoofd en kaarsrechte rug loopt ze, in kamerjas gehuld, heen en weer in de kamer. Zijn het oefeningen, is het een gebed, is ze krankzinnig?... Lees verder →

Existentiële quarantaine

Dankzij een onverwachte erfenis van een oom in Amerika kan 'de solitair' eindelijk een punt zetten achter zijn relatief korte beroepsleven en zijn oude bestaan, getekend door verveling, depressies en vluchtige escapades, vaarwel zeggen; het geluk lacht hem toe. Zijn verhuis naar een eenvoudig appartement, net buiten het centrum van Parijs, lijkt niet meteen soelaas... Lees verder →

Een perfect inwisselbaar leven

De regen daalt, zoals gewoonlijk, gestaag neer in de straten van Parijs wanneer Jean Dézert naar zijn courante eethuisje loopt voor de gebruikelijke dagschotel. Hij steekt zijn paraplu op, trekt zijn broekspijpen omhoog, steekt de straat over. Nergens maakt hij zich druk om. De sensationeelste nieuwsberichten glijden van hem af als druppels van zijn regenjas.... Lees verder →

Weinigen zijn uitverkoren

Op zijn veertigste besloot de Franse schrijver, vertaler en kunstenaar Pierre Klossowski (1905-2001) in te treden bij de benedictijnen en theologie te studeren. Een late roeping. De decadente levensstijl en het antisemitisme bij de monniken deden hem spoedig uitwijken naar een ander klooster, waar hem na enkele maanden vriendelijk verzocht werd andere oorden op te... Lees verder →

Hôtel du Nord: een impressie

Vissers aan de oever van Canal Saint-Martin. Ladende en lossende vrachtschuiten. De kastanjelaars in bloei, verliefde stelletjes in het plantsoen. Al die bedrijvigheid aan Quai de Jemmapes in een Parijse volksbuurt vindt het echtpaar Lecouvreur prachtig. Hoewel geen van beiden het beroep van hoteleigenaar kent, laten ze zich niet afschrikken door het armoedige interieur en... Lees verder →

Sarajevo mon amour

In 1957 reisde Georges Perec de vrouw op wie hij verliefd was achterna naar Belgrado. Later dat jaar stapte de eenentwintigjarige student naar een uitgever met het manuscript van De aanslag in Sarajevo onder de arm. Het romandebuut werd geweigerd en raakte in de vergetelheid. Door een gelukkige speling van het lot en een helpende... Lees verder →

De kant van de natuur

Vier huizen rondom een fontein in de schaduw van een berg: het Provençaalse gehucht Bastides Blanches, nabij Manosque, telt dertien inwoners inclusief dorpsgek. De wind snijdt er als een scheermes. De stad is ver, de wegen zijn slecht begaanbaar. Janet, de dorpsoudste, ligt ziek te bed. Bij het washuis klinkt het gezang der vrouwen, terwijl... Lees verder →

Als alle privacy verdwijnt

De dikke rosse is niet meer. Eva Caradec vraagt zich af op welk moment een potentiële moordenaar in een feitelijke moordenaar verandert en waarom ze zelf dit plan ten uitvoer hielp brengen. Nochtans behoort zij niet tot het soort mensen dat zich aan dieren vergrijpt. Een huis dat van ons is is de tweede naar het... Lees verder →

Ode aan veelstemmigheid

In 1897 verzonk Paul Valéry in een lange periode van absolute stilte. Aanleiding was de existentiële crisis die hem vijf jaar eerder trof op een nacht in het huis van zijn oom en tante. Er woedde een hevige storm, bliksems spleten de hemel en een onuitgesproken liefde (voor een gehuwde vrouw uit Montpellier) verscheurde zijn... Lees verder →

Feestelijke spraakverwarring

Heldere taal veronderstelt 'een spreker die weet wat hij wil zeggen, een aanspreekbare toehoorder, een gemeenschappelijke taal en een gemeenschappelijke ervaring van de dingen waar we over spreken'. Aldus de Franse surrealist, dadaïst en patafysicus René Daumal (1908-1944) in het voorwoord van Het drinkgelag. Een trilogie van de dorst. Als aan die voorwaarden niet voldaan... Lees verder →

Verbloemd kwaad

In de jaren dertig van de vorige eeuw leidt Jean Genet (1910-1986) een zwerversbestaan en een dievenleven. Dankzij de tussenkomst van Cocteau, Sartre en andere invloedrijke Franse schrijvers ontsnapt hij aan een levenslange gevangenisstraf en begint in 1945 het grotendeels autobiografische Dagboek van een dief te schrijven. Hij is vijfendertig jaar oud, rijk en vermoeid.... Lees verder →

Een bord linzen en beren op de weg

Meer mensen dan hij in tijden zag, zijn vanmiddag in zijn appartement langsgekomen. Gelach, felicitaties. Mensen die hij niet kende, schudden hem de hand. Als hij het goed begrijpt, waren ze er omwille van een onderzoek dat hij vroeger zou hebben uitgevoerd in een natuurkundig laboratorium en dat nu blijkbaar een toepassing heeft gevonden die... Lees verder →

Ecce angelus

'En kri, mijne heren! En kra!' Het koor herhaalt: 'En kra!' Tijdens een dodenwake op Martinique geeft een hindoe in het creools een verhaal ten beste. Gefascineerd luistert een vreemdeling naar de voor hem onverstaanbare vertelling. Het bedwelmende ritme en de exotische setting doen hem terugdenken aan zijn ontmoeting met Khadija, toen hij ten tijde... Lees verder →

Salto mortale

    Een avond van triomf: provocerend uitgedost in een nauwsluitend rood pak bezaaid met sterren, klimt een koorddanser op het stalen koord. Hij is als een Narcissus die, wars van kritiek en oordeel, aan zichzelf verschijnt. In een wreed spel met de dood (een danse macabre) verandert de acrobaat in een stierenvechter. Zijn sprongen:... Lees verder →

Teste, demon van de mogelijkheid

Meneer Teste, een onopvallende, zwijgzame figuur van een jaar of veertig, observeert voortdurend. Hij is een verlichte geest die gevoelens noch verlangens kent; hij oordeelt niet, hoeft zelfs niet te praten om zijn omgeving nederig te stemmen. Teste kan niet anders dan imponeren want hij lijkt erin geslaagd wetten van de geest te ontdekken die... Lees verder →

Om de doden te doen lachen

Gordon Koem loopt door het puin van zijn verwoeste stad. Het landschap slaat nergens meer op. Alsof de Kolos van Goya hier op doortocht was. Geen gebouw staat nog overeind. Alles is met een laag as bedekt; daaronder grauwzwarte, kleverige pek. Er zouden ultrakrachtige wapens van de laatste generatie en napalm ingezet zijn. Bijna ziet... Lees verder →

Te woelig voor woorden

Voor de kust van Bretagne ligt een eiland, zo klein dat de inwoners er voortdurend op elkaars lip zitten, maar gezegend met een perfect microklimaat, een hoog jodiumgehalte en spectaculaire getijden. Voor de faunachtige Gilles is dit het beloofde land. Met zijn zevenenveertig katten betrekt hij er voor de zomer een woning tussen de rotsen,... Lees verder →

Het nut van modder en moraal

Herder Tityrus leidt een rustig leventje in de veenderijen. Tityrus is een eenling en een gelukkig man. Hij aanvaardt de dingen zoals ze zijn en neemt er genoegen mee naar de moerassen te staren. Op zijn ochtendlijke tochtjes bestudeert hij de flora, 's avonds reflecteert hij en schrijft in zijn dagboek. Aan reizen heeft hij... Lees verder →

Sacraal verval

Cinéast Jean-Luc Godard omschreef waarheid als 'iets tussen verschijnen en verdwijnen in'. Vanop een afstand lijkt de figuur die zich aan het begin van de film Wanda (1970) en de roman Aanvulling op het leven van Barbara Loden (2019) uit het donker losmaakt, een vrouw. Maar die waarheid valt niet goed te zien. Nu en... Lees verder →

Muur van verlangen

Ruim tien jaar na de val van het IJzeren Gordijn houdt een dichter een toespraak ter inhuldiging van een straat in Berlijn, vernoemd naar de romantische schilder Caspar David Friedrich (1774-1840). Bij de toehoorders wil hij gedachten en gevoelens opwekken die een nieuwe omwenteling op gang kunnen brengen. Hij waarschuwt dat zijn toespraak lang zou... Lees verder →

Aan de grond in Caïro

Het is zomer. Auto's razen voorbij in de duizend jaar oude moderne stad die uit haar voegen barst. Op verzakte trottoirs van drukke wegen, geflankeerd door 'onvoltooide ruïnes' – gebouwen, gedoemd om in te storten – zitten mannen onderuitgezakt op caféterrassen en beweegt zich traag een mensenmenigte voort. Liefdesklachten van een mythische zangeres klinken uit... Lees verder →

Wat als God zijn biezen pakt?

'En of, wat een hitte!' De veertienjarige Steeny ontwaakt uit zijn middagdutje. Rond het Noord-Franse dorp Fenouille liggen de weilanden waar de beesten zijn, 'de lange Vlaamse koeien met hun droeve ogen'. Het zindert tussen de houten lamellen van het huis in de laan met de hoge linden. Steeny leeft in een gouden kooi van... Lees verder →

Val in de tijd

Onthutst, sprakeloos staan twee mensen tegenover elkaar. Aan de ene kant van de deuropening: Judith, die 'op een merkwaardige manier op zichzelf leek', aan de andere kant: de naamloze ik-verteller. Ze hebben elkaar lang niet gezien. Hij komt voor Judiths huisgenote Claudia. Terwijl ze zwijgend tegenover elkaar staan, komen begraven herinneringen bovendrijven. Ontzetting neemt bezit... Lees verder →

Zo wakker als maar zijn kan

In een dienstbodekamertje van vijf vierkante meter zit met een opengeslagen boek op schoot roerloos een wakkere man. Hij leest niet meer, wacht, verlangt naar diepe slaap. In een roze plastic teiltje liggen drie paar sokken te weken. Hier is iets existentieels aan de gang: 'Je blik in de gebarsten spiegel, het druppelen van de... Lees verder →

Geschreven in de geest van posthumanisme

Dat Marie Darrieussecq (1967) een schrijfster met lef is én van vele markten thuis, bewijst haar jongste roman, Ons leven in de bossen. Zonder scrupules lapt ze literaire conventies aan haar laars en experimenteert met stijl en vorm. Met deze roman heeft Darrieussecq een uitdagend, curieus en dystopisch buitenbeentje op de wereld gezet. Een openingszin... Lees verder →

Verdwaald in herinneringen

Frans schrijver en Nobelprijswinnaar Patrick Modiano (1945) is een flaneur. Hij begeeft zich graag in menigten, dwaalt, lost op, neemt waar. Modiano's echtgenote, Dominique Zehrfuss, getuigt in het voorwoord van Blue Aloha hoe hij 'soms urenlang zich niet verroert en als een radar de stralingen van de tijd registreert', eindeloos naar een gebouw kan staan... Lees verder →

Thuiskomen in een zinnelijk leven

Eind vorig jaar verscheen Sido van Colette (1873-1954) in een uitgepuurde, herziene vertaling door Kiki Coumans. Uitgeverij Vleugels brengt hiermee een grande dame van de literatuur opnieuw onder de aandacht. Sinds De eerste keer dat ik mijn hoed verloor (2017) heb ik mijn hart verpand aan de flamboyante Franse auteur, journaliste, actrice en mimekunstenares Sidonie... Lees verder →

Verdoemd tot herinneren of vergeten

Met een verstild of uiterst langzaam bewegend beeld, als in een film van Ingmar Bergman, opent 'Liefde' (L'amour, 1971) van de Franse auteur Marguerite Duras (1914 – 1996), zopas verschenen bij Uitgeverij Vleugels, in een vertaling van Marianne Kaas. We zien de zee, het strand, duister licht. Drie mensen vullen geluidloos een kader: twee mannen... Lees verder →

De zee, de zee!

Een vrouw en een klein meisje beklimmen moeizaam een duin. Eenmaal op de top, staren ze naar de grenzeloze zwarte massa voor hen, 'uitgegoten in een vloeibare nacht'. De vrouw is 'lang en dun als de zeepijnen'. Ze wordt geteisterd door migraine. Moeder en dochter zijn op de vlucht. De moeder heeft tienduizend franc op... Lees verder →

Een verstilde schreeuw

Veracruz, Mexico. Een schrijver wacht in bar El Ideal op de Cubaanse zangeres Dariana. Ze komt niet opdagen. Er is een cycloon op komst. ‘Een striemende regen, die door de wind als een vuile dweil werd uitgewrongen, sloeg op Veracruz neer. De lange houten tapkast van El Ideal waar, behalve ikzelf die er geduld oefende,... Lees verder →

Getuigenis van een klassenmigrant

De Franse denker en socioloog Didier Eribon (°1953) keert na het overlijden van zijn vader terug naar zijn geboortestreek. In Terug naar Reims brengt hij het relaas van zijn pijnlijke confrontatie met een beladen verleden en analyseert tegelijk de maatschappelijke en politieke evolutie in Frankrijk tijdens de voorbije zeven decennia. Spoken uit het verleden dwongen... Lees verder →

Essentie van poëzie omcirkeld

Hoe, waar, wanneer gebeurt het dat woorden zich aan dingen hechten? Kunnen wij die ballast van woorden ooit weer kwijtraken? Hoe maken we woorden los van dingen? Hoe worden we bijvoorbeeld een steen? En wat dan met herinneringen en dromen? 'Onze handen vol of leeg, Dezelfde overvloed. Onze ogen open of dicht, Hetzelfde licht.' In... Lees verder →

Zoektocht naar de taal der dingen

Op zeven augustus 1940 begint Francis Ponge een logboek bij te houden over zijn zoektocht naar een gedicht over het wezen van een ding, in dit geval: 'het pijnboombos'. 'Het zakboekje van het pijnboombos' is een schitterend experiment en een heus taalavontuur. Ponge brengt twee weken door in een pijnboombos: wandelend, zittend, liggend, slapend, ruikend,... Lees verder →

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: