Verdwaald in de esthetiek van herinneringen

003_modianoDe Franse schrijver en Nobelprijswinnaar Patrick Modiano (1945) is een flaneur. Hij begeeft zich graag in menigten, verdwaalt, lost op, neemt waar. Modiano’s echtgenote, Dominique Zehrfuss, getuigt in het voorwoord van Blue Aloha hoe hij ‘soms urenlang zich niet verroert en als een radar de stralingen van de tijd registreert’, eindeloos naar een gebouw kan blijven staan kijken. Blue Aloha (2018, Uitgeverij Vleugels) bundelt vier gevarieerde korte verhalen van Modiano, uit verschillende perioden van zijn leven, met een verhelderend nawoord en verantwoording door Dirk Leyman. Een veelzijdige ode aan een moeilijk te vatten schrijver, die telkens opnieuw laat zien hoe de mens verloren loopt in zijn leven, wereld, herinneringen.

Karakteristiek voor Modiano zijn de melancholieke sfeer en de stad als een labyrint waarin personages verdwalen en het pad kruisen van toevallige passanten met exotisch klinkende namen: parvenu’s, dandy’s, kosmopolieten, sjoemelaars. Elk werk van Modiano is een variatie op het thema herinnering. Hij dompelt zijn lezer onder in een of ander obscuur verleden, in een spinnenweb van herinneringen, en laat hem daar vervolgens achter. Modiano lezen is verslavend. Paradoxaal genoeg, stelt Dirk Leyman in het nawoord, doet die verlatenheid bij hem niet bedreigend aan, maar vertrouwd en geruststellend.

In het eerste verhaal, ‘Ik ben een eenzame jongeman…’ (overigens de eerste tekst die Modiano ooit publiceerde), vergelijkt hij de consumptiemaatschappij met een concentratiekamp. De gedetineerden, omgeven door prikkeldraad van roze plastic, worden verblind door luxeartikelen, verdoofd door drugs en voor hun volgzaamheid beloond met strandvakanties. De pers helpt ijverig mee de propagandamachine draaiende te houden. Wat hebben de gedetineerden te klagen? Ze leven in luxeappartementen nabij shoppingmalls. Verwend als kinderen, goed verzorgd, gevoederd en voorzien van alle nodige medicatie, houden ze zich onledig met kunstwerken vervaardigen uit glanzend afval. Vetgemest als een rund, laten ze zich voor hun milde laatste slaap een voor een gewillig naar de kampdokter leiden. De eenzame jongeman garandeert de lezer dat híj zich zal verzetten voor hij sterft.

‘Hartenkreet’ is een brief, geschreven vlak voor middernacht op 31 december, gericht aan een beroemde actrice op leeftijd. De briefschrijver, om duistere redenen ondergedoken in een bescheiden badplaats aan de Normandische kust, kent haar niet persoonlijk. Hij schrijft haar omdat ‘u de enige op de hele wereld bent bij wie ik mijn hart kan uitstorten’. Georges Simenon, Modiano’s leermeester, loert om de hoek wanneer de man in zijn brief een toekomstige misdaad uit de doeken doet. Hij heeft geen andere keuze dan de mensen, van wie hij zeker is dat ze hem zullen ombrengen, nauwkeurig te beschrijven. Is zijn hartenkreet een oprechte schreeuw om hulp of een hunkering naar aandacht, een bede om liefde?

In Modiano’s verhalen kom je nooit exact te weten hoe de vork werkelijk in de steel zit. Hij suggereert en wijst een richting aan. Verder moet de lezer het maar zien uit te vlooien. In de voetsporen van de ‘manisch rondschuifelende personages’ loop je hoe dan ook verloren. De sleutel zit in het ongeschrevene, in de afwezigheid.

In ‘De tijd’ geeft Modiano gestalte aan Guy Scheffer, een levenskunstenaar, al een halve eeuw leeftijdloos, die nu en dan spoorloos verdwijnt en onder een andere identiteit plots weer opduikt, de verpersoonlijking van de moderniteit zelve. De verteller zoekt de charismatische goeroe en zakenman vijftig jaar later op (hij moet nu zowat honderd jaar oud zijn) in het appartement aan de boulevard Richard-Wallace, de enige stabiele factor in Scheffers leven. Hij zal hem vragen naar het geheim van zijn verdwijningen. Maar Scheffer, even vluchtig als de tijd, is een meester in het ontglippen.

‘Kalenderbladen’, het laatste verhaal, is een bundeling losse notities, fragmenten uit een leven. Hoewel gelabeld met datums, namen, adressen, zijn het vluchtige herinneringen die geen mens ooit nog helder krijgt. Vergeefs probeer je tussen de fragmenten samenhang te vinden, een leven te reconstrueren. Meer dan onzeker gestamel en gemeenplaatsen die de aandacht afleiden, valt er niet uit te destilleren. ‘Kalenderbladen’ leidt nergens heen, het is gewoon de afdruk van een selectie die het geheugen maakte.

Modiano’s verhalen lijken wel een hybride organisme, waarin verleden en heden, plaatsen en personages in elkaar vloeien in een zone tussen droom en werkelijkheid. De tijd gestold tot eeuwigheid. Ik herinner me een zondagnamiddag in november 2016, ergens in een café, toen ik de magie in Modiano’s werk leerde kennen. In één lange ademteug las ik ‘In het café van de verloren jeugd’, verloor mezelf en ieder besef van tijd en ruimte. Pas na de laatste bladzijde en een straffe koffie hervond ik mezelf en besefte dat ik een andere mens was geworden. Boeken die zoiets teweegbrengen kom je maar zelden tegen. Blue Aloha herinnerde me aan die toestand.

Patrick Modiano: Blue Aloha, Uitgeverij Vleugels, Bleiswijk 2018, 80 p. Vertaling door Maarten Elzinga. Nawoord door Dirk Leyman. ISBN 9789078627616.

2g924

4 gedachten over “Verdwaald in de esthetiek van herinneringen

Voeg uw reactie toe

  1. Van Modiano heb ik tot nu toe alleen “Om niet te verdwalen” gelezen, maar ik herken wat je hier schrijft wel meteen ook uit die roman. Ik ga op zoek naar deze verhalenbundel, ook om de vergelijk te kunnen trekken met de verhalen (De geliefden van Allerheiligen) van Juan Gabriel Vasquez. Hij heeft ook, vind ik, een meanderende schrijfstijl. Dank voor de inspiratie!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: