Tot de dood ons scheidt

Gehaast loopt Sophie Blind door een drukke straat in Parijs. Ze wenkt een taxi, steekt over, wordt door een auto gegrepen, is op slag dood. Het volgende ogenblik ligt Sophie in een bed in een kamer. Ze denkt terug aan de plaatsen waar ze ooit leefde, haar kindertijd, familieleden en geliefden, haar huwelijk met Ezra Blind. Van de kant van de dood ervaart Sophie Blind de hevige emoties die bij haar herinneringen horen. Los van de beklemming van het leven, kan ze eindelijk volkomen wakker en in alle vrijheid haar autobiografie schrijven.

Scheiden, de enige roman van de Hongaars-Amerikaanse schrijfster Susan Taubes, gepubliceerd in 1969, opent met een indrukwekkend minutieuze beschrijving van het levenseinde van haar alter ego Sophie Blind, één en al psyche, vol verdrongen zinnelijkheid, net als Taubes zelf. Pas nadat haar hoofd bij het fatale ongeval van haar lichaam gescheiden werd, kon Sophie ongehinderd door tijd en ruimte reizen, haar leven door een soort caleidoscoop bezien en talloze, vaak surrealistische fragmenten uit haar herinneringen te boek stellen.

In het eerste deel van Scheiden raast Sophie als in een koortsdroom door haar vervlogen leven. Reële en verbeelde gebeurtenissen laat ze zonder enige chronologie kriskras door elkaar lopen. Halfweg verandert de roman van toon en stijl en maakt Taubes’ ongebreidelde experimenteerdrift plaats voor een consistent verhaal: dat van Sophies kindertijd, vóór haar vlucht naar Amerika. Voordat het scheiden begon.

In 1939 verloor de tienjarige Sophie in een enkele dag tijd haar land, haar thuis en haar moeder. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog nam haar vader, een gereputeerd psychoanalyticus, Sophie mee naar Amerika. Jaren later zou ze, eerst aan de zijde van haar echtgenoot Ezra Blind (net als zij universitair docent), nadien met haar kinderen en uiteindelijk alleen, overal heen reizen, om nergens ooit thuis te komen. Reizen was voor haar de enige manier van leven.

In tegenstelling tot de steenrijke, honkvaste Ezra, kon Sophie zich niet aan voorwerpen of plaatsen hechten. Nadat het paar zich in New York gevestigd en een gezin gesticht had, stortte Ezra zich in buitenechtelijke perversiteiten, terwijl Sophie verwoed poogde zich als de kuise, traditioneel Joodse echtgenote te gedragen. Het huwelijk stond voor haar gelijk aan een fatsoenlijk en eerbaar leven. Omdat hun karakters en verlangens steeds vaker botsten, hun ruzies venijniger werden en beiden erg gesteld waren op persoonlijke vrijheid, stond Ezra toe dat Sophie met de kinderen in Parijs ging wonen, waar hij hen nu en dan zou opzoeken.

Sophie zag het anders. Ver van Ezra lonkte een lichtvoetig en decadent leven. Fladderend van de ene naar de andere man, bekwaamde ze zich in de kunst van het afscheid nemen. Maar waarom ervoer ze zo weinig liefde? Welke koers moest ze varen? Sophie kon zichzelf niet anders zien dan als echtgenote of minnares. Alleen door van Ezra te scheiden, zou ze de onafhankelijke, vrije vrouw kunnen worden die ze wilde zijn. Het kwam tot een genadeloos proces, in de eerste plaats van Sophie zelf: als persoon, als echtgenote en als mens. Hoe zou ze ooit haar scheiding van hem kunnen rechtvaardigen?

‘Psyche. Misschien ben ik nooit veel meer dan dat geweest.’ Net als haar vader (een gereputeerd freudiaans psychoanalyticus) en grootvader (opperrabijn van Boedapest) had Sophie een reputatie hoog te houden. Sophie was het product van scheiding: haar vader brak met het traditioneel Joodse milieu; haar ouders scheidden kort voor de emigratie; haar moeder bleef achter in Hongarije. Sophies moeder was een onafhankelijke vrouw. Ze kwam en ging en bracht haar minnaars mee. Sophies vader vond het prima: het zat immers in haar moeders neurotische natuur. Zich hechten was uit den boze, zo werd Sophie op het hart gedrukt. Haar diepste wens was haar ouders, beiden met een buitengewoon sterke persoonlijkheid gezegend, te behagen. Vele jaren later zou ze haar moeder opnieuw opzoeken en naar Boedapest terugkeren.

De continue ervaring van het scheiden zou Sophie haar leven lang achtervolgen, tot ze uit eigen beweging de rollen omdraaide en de meest extreme vorm van scheiding omarmde. Noch in haar dromen, noch in haar herinneringen, was Sophie Blind ooit zichzelf. Ontwaakte ze pas toen ze stierf? Volkomen vervreemd, schreef ze over zichzelf in de derde persoon, om zichzelf uit te wissen, opdat niets met haar persoonlijk te maken zou hebben.

Taubes’ roman is doordrenkt van fundamentele eenzaamheid en het onvermogen om zich te binden en om te scheiden. Hartstochtelijk afstandelijk, in een merkwaardige mix van onderkoelde en broeierig intense emoties, vatte Taubes haar eigen onvervulde bestaan, door het perspectief van de dode te kiezen. Alleen zo kon ze eerlijk zijn over haar eigen leven.

Scheiden werd een cultboek. Kort na publicatie verdronk Susan Taubes zichzelf. Ze was pas veertig.

Susan Taubes: Scheiden, Uitgeverij Oevers, Zaandam 2022, 336 p. Vertaling van Divorcing door Nele Ysebaert. ISBN 9789493290020.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: