Regen regen regen regen: een polyfonie

Het regent in Napels. Onophoudelijk. Al vier dagen lang. Carlo Andreoli, journalist en melancholicus, geeft zich over aan grijze gedachten. Hij kijkt gelaten toe hoe de zee een kolkende massa wordt, afvoerputten verzadigd raken, modderstromen ontstaan, auto’s worden opgeslokt, huizen instorten. De Autoriteiten kondigen de noodtoestand af. Mensen worden geëvacueerd, gewonden verzorgd, doden begraven. Brandweer en Politie staan machteloos tegenover de verwoestende kracht van het water.

Andreoli besluit verslag uit te brengen van het wel en wee der Napolitanen gedurende die vermaledijde dagen (het zouden er vijf worden; over de vijfde dag zal de lezer nagenoeg niets te weten komen). Andreoli observeert. Hij luistert naar het gehuil van mensen die geliefden zagen omkomen en vraagt zich af wat de betekenis van dit collectieve leed is. Zijn intuïtie drijft hem naar het Castel Nuovo nabij de haven, waar sinds kort mysterieuze stemmen opklinken: half menselijk, gesmoorde, murmelende geluiden. De stemmenkwestie wordt voorpaginanieuws. De Autoriteiten staan voor een raadsel.

Terwijl de regensluier als een treurige stilte over de stad hangt, wordt het wachten beklemmend, zenuwslopend. Het murmelen gaat over in een klaaglijk gebulder. Er slaat een golf van angst over de bevolking heen. Die probeert de paniek te bezweren door zich vast te klampen aan rituelen en bijgeloof. In een poging helder te blijven denken en zijn eigen angst onder controle te houden, concentreert Andreoli zich op individuen. In zijn reportages laat hij hen (een politieagent, een sigarettenverkoopster, een stenografe,…) aan het woord over hun besognes, dromen, verlangens, hun kleine levens. Intussen bereiden de Autoriteiten een operatie voor om de stemmen onschadelijk te maken. De aanvankelijk klungelige pogingen om de situatie onder controle te houden, de orde te bewaren, groeien uit tot een indrukwekkend militair machtsvertoon, waarbij niet mensen handelen maar wettige vertegenwoordigers van de Regering, de Staat, het Volk. Zelfs de zee wordt belegerd. Het water is immers de Vijand. Overleven wordt het enige wat nog telt. De dood is overal aanwezig en iedereen probeert zijn hachje te redden. Andreoli probeert overal tegelijk te zijn, 24/24. Hij manoeuvreert kriskras tussen andere personages en sleurt de lezer mee in gedachtestromen en de aanzwellende draaikolk van het water, de noodlottige gebeurtenissen, de bureaucratie.

In Malacqua (1977) stelt Nicola Pugliese de almachtige bureaucratie aan de kaak en legt het absurdistische, onontwarbare kluwen van procedures, regels en strikte hiërarchie bloot. Op de cadans van wendingen in mensenlevens, drama’s binnen gezinnen, wanhoop en ontreddering bij enkelingen, componeert de schrijver een polyfonie van regen en menselijke stemmen in kleurschakeringen van grijs op grijs. Gedachtegangen vloeien in elkaar over als druppels in gestage regenval.

Het grote en het kleine verhaal wisselen elkaar voortdurend af in Malacqua, dat nauwelijks met een ander boek te vergelijken valt. Pugliese beschrijft hoe beide verhalen zich tot elkaar verhouden, op elkaar inwerken. Nalatigheden, persoonlijk falen, strafbare feiten, persoonlijke verantwoordelijkheden, burgerlijke en morele plichten: Pugliese onderzoekt het allemaal en belicht zowel de politieke, administratieve als de socio-maatschappelijke en persoonlijke kant. Door alle instanties, autoriteiten, procedures en regels een hoofdletter te geven, toont hij hoe de bureaucratie geleidelijk haar klauwen over álles heen legt, het enige ware baken wordt en het verzet, de zoektocht naar waarheid breekt, terwijl een beschaving langzaam ten onder gaat. Malacqua vertoont overigens veel parallellen met de huidige gang van zaken, procedures en regels bij rampen, catastrofes, de daarmee gepaard gaande machtsontplooiing, hoe ‘de massa’ erop reageert en ‘de media’ ermee omgaan.

Malacqua leest als een opzwepend muziekstuk, een opera, waarin ook de stad, het water, de samenleving, het leven en de dood personages worden, terwijl de schrijver de vinger aan de pols houdt van het samenspel van organismen aan de rand van de afgrond. Of verwoordt hij slechts het voorgevoel daarvan? Is zijn hoofdpersonage mogelijk onderhevig aan zinsbegoocheling? Wanneer de vijfde dag op het punt staat aan te breken, verkeert Andreoli op de rand van de waanzin. Niet alleen een hoogtepunt in het drama en de tragiek, maar ook een onvergetelijk literair hoogtepunt is de paginalange beschrijving van een scheerbeurt op de vierde dag. Wat daarna komt moet u maar zelf ontdekken. Lees en huiver!

Pugliese schreef deze krachtige, wonderlijke roman in anderhalve maand. Hij stond erop dat de tekst niet geredigeerd werd en vond Italo Calvino bereid die te publiceren. De uitdrukkelijke wens van de auteur om Malacqua pas na zijn dood (2012) opnieuw uit te geven, werd gerespecteerd. In haar nawoord beschrijft vertaalster Annemart Pilon het dwingende ritme in Malacqua, bepaald door eindeloze regen en gedachten. Pilon volgde Puglieses stijlfiguren zo veel mogelijk: binnenrijm vertaalde ze met binnenrijm, alliteratie met alliteratie. Met haar vertaling leverde ze een kunstwerk af en een waar feest voor de lezer. Een groot drama is echter dat Malacqua Puglieses eerste en enige roman is.

Nicola Pugliese; Malacqua, Uitgeverij Van Oorschot, 2023, 168 p. Vertaling van Malacqua door Annemart Pilon. ISBN 9789028232013.

Plaats een reactie

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑