
Is Ergstwaarts vooruit (Worstward Ho, 1983) Becketts ‘wit op wit’? Schreef Beckett zich in zijn voorlaatste novelle naar het absolute nulpunt, voorbij de existentiële afgrond? Naar een plek voorbij de leegte, waar tegendelen zich verenigen, elkaar opheffen, ergo woorden elke betekenis verliezen? Paradoxaal genoeg onderzoekt Beckett de weg naar dat lege universum van paradoxen met woorden, wetend dat hij alleen maar kan falen. Beckett zou Beckett niet zijn als hij net dat absurde gegeven niet zou gebruiken om ‘beter te falen’ (‘Fail again. Fail better’). Op zijn beurt stond Erik Bindervoet voor de verkwikkelijke uitdaging Worstward Ho ‘beter mislukt’ te vertalen. In een ‘naastwoords te na’ licht hij zijn geploeter toe.
In den beginne was het Woord. ‘Zeg de dingen, zeg dat de dingen zijn, teneinde pijn te zeggen’ en de dingen te doen staan, te doen bestaan, spoort Beckett aan bij aanvang van de novelle. Zodra je een keuze, een onderscheid, een voorstelling maakt, bestaat iets (om het even wat waar je je een voorstelling van maakt, waarvoor een begrip bestaat). Becketts uitgangspunt is dat al wat gezegd wordt, miszegd is, al het geziene miszien. Hoe geen keuze, geen voorstelling te maken, voorafgaand aan, dan wel voorbij de taal, vraagt hij zich af. Moet hij zich eerst naar het minste minimum schrijven? Wat is er voorbij de leegte? Doet een voorbij er dan überhaupt nog toe? En wat dan met het hoofd, het denken (‘Zetel van alles. Kiem van alles’)? Hoe de gewaarwording van de waarneming met een onverminderbaar minimum aantal woorden uit te drukken, tot alleen het staren rest (met dichtgeknepen ogen) naar ‘een plek waar er geen’, zonder te denken, zonder te zeggen? Je hebt waarschijnlijk al in de smiezen dat Becketts proza zo compact is, dat het het onmogelijke benadert. Het is dan ook poëzie, filosofie, hun tegendeel en zo veel meer, minder, beter, erger.
De verteller in Becketts novelle is een lichaamloos hoofd: een abstracte, denkende singulariteit. Het hoofd observeert drie schimmige figuren in een soort niemandsland: een volkomen lege vlakte ergens tussen leven en dood. De schimmen zijn archetypische figuren: de man, de vrouw, het kind. De figuren doemen op en ploeteren lidloos verder, niet omkerend, zwijgend, de ruggen toegekeerd. Beurtelings verschijnen en verdwijnen ze, in en uit het niets. Het hoofd met dichtgeknepen, starende ogen (het onbewuste?) neemt op ‘geen noch andere manier’ waar. Door van begrippen hun tegendeel te maken, beide te verenigen in woorden met inbegrip van de ontkenning, heft Beckett hun betekenis op in uiterst compacte, verergerende formuleringen.
Wat als woorden verdwijnen en er toch nog ‘resten van benul’ zijn? Wat is die zogezegde leegte zonder woorden? Het hoofd staart geleidelijk aan alles weg: de man, de vrouw, het kind, tot aan de ‘grenzen van grenzeloze leegte’, tot ze uit niets meer blijken. Vervolgens wordt het hoofd zelf een zwart gat. Ja, daar sta je als lezer… wat nu? Wat houd je over als je niet meer verder kunt, alles afgeschaafd is wat er af te schaven valt? Er alleen nog woordeloze waarneming, gewaarwording is? Hoe raak je aan de essentie zonder taal en zonder het concept van het zelf waarop de taal gefundeerd is? Door te zwijgen, te verdwijnen, niet te denken en de ogen dicht te knijpen? We weten het niet. Becketts verdienste is dat we het na het lezen van Ergstwaarts vooruit nog meer minder weten, ‘tot laatste onverminderbare minst’.
Samuel Beckett: Ergstwaarts vooruit, Uitgeverij Vleugels 2024, 64 p. Vertaling van Worstward Ho door Erik Bindervoet. ISBN 9789493350106.
Prachtig geformuleerd, en nog met enige positieve betekenis, waardoor ik me ‘iets’ kan voorstellen. Blijft over de vraag of alles wel afgepeld moet worden, om te zien wat er eigenlijk achter zit. Dat deed ik ook met mijn speelgoedautotjes; ze slopen om te zien hoe het in elkaar zit. De kunst is ze dan weer in elkaar te krijgen, en het binnenwerk te vergeten.
Vincent B.
LikeGeliked door 1 persoon
ik denk dat dat een wijze houding is, beste Robert. Een mens kan zich (cf. Beckett) de grond in denken en schrijven. En ja, waar sta je dan… ergens in het niets, de oneindigheid, de absolute leegte: een gure, onherbergzame plek, me dunkt.
LikeLike