Ontwenningskuur van een biograaf

9789023497905_frontEen trein komt tot stilstand in Brussel-Centraal. Lodewijk Schrijver wil in de Belgische hoofdstad zijn laatste roman schrijven. Iemand staat op het perron. Hij heeft de contouren van Lodewijk Schrijver. De deuren gaan open; ze wisselen van plaats. Stuurs, op zijn hoede loopt Schrijver vervolgens door de straten van Brussel. Hij heeft het gevoel te worden gevolgd. Op een kruispunt krijgt hij een hevige hoestbui. ‘Hoesten betekent vaak de doorbraak van een gedachte.’ Daar, op dat moment, komt Lodewijk Schrijver op het idee een roman te schrijven over een biograaf, en wel zijn eigen biograaf. ‘Iemand die hem zou kunnen maken en breken als een alter ego. En hem misschien zou kunnen redden.’

Een ontgifting is het romandebuut van Willem Otterspeer (1950), Nederlands historicus en biograaf van onder meer Willem Frederik Hermans (1921-1995). Otterspeer kreeg toegang tot Hermans’ archief en verdiepte zich vijftien jaar lang in de schrijver, fotograaf en wetenschapper, wat resulteerde in de lijvige tweedelige biografie De mislukkingskunstenaar (2013) / De zanger van de wrok (2015). De immer fulminerende, misantropische W.F. Hermans drenkte zijn polemische pen in vitriool en was allesbehalve gemakkelijk in de omgang. Hermans had altijd gelijk. Hij schreef een ontzagwekkend oeuvre bij elkaar en behoorde samen met Harry Mulisch en Gerard Reve tot de Grote Drie van de Nederlandse literatuur. De intimiderende persoonlijkheid en de grootheidswaan van de schrijver nestelden zich als een kwaadaardige tumor in zijn biograaf Otterspeer. Hoe kon Otterspeer na al die jaren van dat sluipende gif verlost geraken? Je raadt het: door zelf een roman te schrijven over een schrijver die een roman schrijft over zijn biograaf. Om de verwarring ten top te drijven noemt Otterspeer die schrijver Schrijver. Ben je nog mee?

Lodewijk Schrijver loopt dus door de straten van Brussel en zoekt aanknopingspunten voor zijn roman. Bijvoorbeeld een passerende kat. ‘Een kat is er altijd, doet niets, ziet alles’. Een kat splitst zichzelf voortdurend om ‘aanwezig te kunnen zijn, te kunnen toekijken zonder een oordeel uit te spreken. Hallucinerend schizofreen, dat zijn ze.’ In dat opzicht lijkt de kat als twee druppels water op een biograaf. Lodewijk Schrijver bedenkt dat zijn biograaf een voldoende gelijkende en toch volkomen andere jeugd moet krijgen dan hijzelf. Om dat parallelle leven te scheppen zal hij een fluïde identiteit moeten bedenken.

In de volgende hoofdstukken geeft Lodewijk Schrijver vorm aan de jeugd van een jongen, of liever twee jongens, wier levens gelijkenissen vertonen, maar die opgroeien in verschillende werelden. De ene is Lodewijk Schrijver zelf. Tirannieke vader, doodsbange moeder, oudere dominante zus. Hij haat ze allemaal. Hun huis is een zuil van ijs. De jongen wordt gepest op school en speelt altijd alleen. Hij wil uitvinder worden, dingen verzamelen en voorwerpen maken die hem in staat moeten stellen te ontsnappen. Hij is overtuigd van zijn voorbestemming tot bijzondere dingen. De andere jongen (de biograaf) is een schipperszoon. Gelukkige jeugd, beschermende vleugels van de ouders, ook een zus. Hij wil het grootse tankschip ter wereld bouwen. De levens van schrijver en biograaf interageren. De een dringt het leven van de ander binnen. Ze nemen elkaars contouren aan. Hun zussen komen steeds meer in beeld. Die sterven allebei op jonge leeftijd. Op het moment dat zijn zuster een kogel door haar hoofd krijgt, wordt Lodewijk Schrijver schrijver.

Lodewijk Schrijver zit in een archief, tussen ijzeren ladenkasten. Stellages vol kapotte schrijfmachines. Hij steekt een sigaret op, inhaleert, hoest. Voor hem ligt een ordner waarop staat geschreven: ‘De biograaf’. Lodewijk Schrijver is een nogal trieste, grimmige figuur, cynisch tot op het bot. Hij vergiftigt zijn omgeving met angst, haat en met zijn boeken. Hij móet die ene laatste roman schrijven, zichzelf weg schrijven, zijn personage worden, zijn moordlust op zijn creatie – zijn golem – projecteren.

Ook de biograaf, die als een spookbeeld door de roman waart, beseft dat hij met een probleem zit: om zijn werk als biograaf naar behoren te doen, zal hij zich van de schrijver moeten losweken. Maar hoe kan dat wanneer de schrijver zijn schepper is? Zal hij vadermoord moeten plegen? Hoe pleeg je een moord wanneer je zelf een gelukkige jeugd gehad hebt, jegens niemand wrok of haat koestert en vooral: zonder bloed aan je handen te krijgen?

Lodewijk Schrijver weifelt: ‘Is het niet waarschijnlijk dat die biograaf net zo machteloos wordt als die andere treurige helden van me?’ ‘De schredenteller’, ‘de geoloog’, ‘de professor’: alter ego’s zijn niets, hooguit herhalingen van de schrijver zelf. Maar de schrijver houdt van experimenten. Hij is bereid zich bloot te stellen aan zijn eigen gif en dat gif te injecteren in zijn dubbelgangers. De schrijver maakte al foto’s voor hij schreef. Door te fotograferen kon hij de chaos uitbeelden zonder te ordenen. ‘Bloedeloze executies’ noemde een zogenaamde vriend ze. Vervuld van haat voor zijn vaderland, reist Lodewijk Schrijver de wereld rond. Noorwegen, Canada, Kenia, Parijs. Nergens voelt hij zich thuis.

De biograaf volgt hem als zijn schaduw. Voor zijn werk consulteert de biograaf bronnen die hem blind maken: brieven, interviews met de schrijver. Ze verhelderen niets, verduisteren alleen maar. Hij maakt een selectie. ‘Alleen wat we wensen is waar. Illusie is het beste middel om de werkelijkheid buiten de deur te houden.’ De biograaf wordt jammerlijk moe van Schrijver. Hij wil hem kwijt, verlangt naar stilte in zijn hoofd. Hij moet iets ondernemen. ‘Heb ik hem bedacht? Had hij mij geroepen?’ Wie stelt de vraag aan wie? Ergens in de roman neemt het personage van de biograaf de touwtjes over: hij is geen willoze marionet meer. Het is niet duidelijk waar en wanneer dat precies gebeurt, zo innig verstrengeld zijn schrijver en biograaf. Het voortdurend wisselende vertelperspectief schept verwarring. Vaak weet je niet wie wie is en wanneer een van de twee het over de ander of over zichzelf heeft.

Een strijd op leven en dood tussen schrijver en biograaf, schepper en schepping, ontspint zich. Allebei jager, allebei prooi. Vechten of vluchten? De kat, het oorspronkelijke aanknopingspunt, die al vanaf het begin zijdelings het boek doorkruist, kan een uitweg bieden. Het is dat onafhankelijke, schuwe, prachtige dier, een God in het diepst van zijn gedachten, dat zich elegant een weg baant naar het einde. Schrijver en biograaf komen tegenover elkaar te staan. God kijkt naar zijn schepping. Maar die kijkt terug. Ze blijven kijken, uit angst. Beiden beseffen dat Lodewijk Schrijver een denkfout gemaakt heeft. Het kan niet anders: de spiegel moet breken. Gezwollen metaforiek, symboliek, pathetiek en een overvloed aan aforismen domineren het laatste deel van de roman. Identificaties met Napoleon, de Messias, God volgen elkaar op. De egomanie wordt grotesk, pervers, wreed.

Een ontgifting is een postmoderne literaire reis door tijd en ruimte, die bol staat van verwijzingen naar leven en werk van W.F. Hermans, kundig verweven in het verhaal. Door de ingenieuze structuur is de roman eveneens genietbaar als je weinig vertrouwd bent met het werk van W.F. Hermans; je kan hem ook gewoon lezen als een spannende whodunit. Otterspeer verliest zich nu en dan in breed uitgesponnen bespiegelingen over schrijverschap, geschiedenis, existentie, taboes. Ze maken deel uit van het ontgiftingsproces, dus aanvaard je ze. Om te scheppen moet je immers eerst kunnen vernietigen. En dat is wat de biograaf moet leren, wil hij zelf schrijver worden. Hij moet de complexe relatie tussen hemzelf en de schrijver analyseren en nadenken over een andere rolverdeling, een identiteit verwerven voor zichzelf. Het is als homeopathie: door zichzelf gedoseerd te injecteren met het gif van de schrijver, ontwikkelt de biograaf weerstand.

Als lezer van Een ontgifting moet je de door Otterspeer aangereikte puzzelstukjes zelf ordenen om het ingewikkelde proces te doorgronden. Daarvoor moet je bereid zijn in de huid van zowel schrijver als biograaf te kruipen, als het ware de vergiftiging én de ontgifting mee te doorstaan. Voor wie doorzet: leesplezier gegarandeerd!

Willem Otterspeer: Een ontgifting, De Bezige Bij, Amsterdam 2018, 256 p. ISBN 9789023497905.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: