Het beste van 2019

Binnenkort zullen de eindejaarslijstjes ons overspoelen! Daarom selecteer ik graag nu reeds – uit de zesenzestig boeken die ik dit jaar las – tweeëntwintig memorabele titels, die ik u vurig aanbeveel.

1. Dodeneiland van Gerhard Meier

‘Bij aanvang van de wandeling heeft Baurs verhaal veel weg van een impressionistische aquarel; gaandeweg neemt het de vorm aan van een handgeweven tapijt, met schering en inslag en terugkerende motieven; uiteindelijk krijgt het de allure van een symfonie, waarbij de heren hun woorden als muziekinstrumenten op elkaar afstemmen.’

2. ‘Kijk! Daar, de engel…’ van Michel Leiris

”Kijk! Daar, de engel…’ klinkt het in de slotscène van Verdi’s opera Aida. Woorden, beeld, ten slotte mythe: eindelijk kan Leiris zijn avontuur met Khadija afsluiten. In afwisselend liederlijke en spirituele passages balanceert Leiris voortdurend tussen lichamelijkheid en geestelijkheid, kronkelen zinnen wellustig als slangen, verstrengelen met elkaar tot een kluwen.’

3. De andere naam van Jon Fosse

‘Als geen ander verwoordt en verbeeldt Fosse het diepste duister en laat het vervolgens oplichten. De kunstenaar Asle is een eenvoudig man van weinig woorden. Fosse brengt een handvol eenvoudige woorden aan op zijn palet, begint te schilderen, toets na toets, voegt ritme toe. Tinten laat hij variëren, geluid dempt hij. De herhaling hypnotiseert. Net als luisteren naar Bach of Glass is De andere naam lezen een meditatieve bezigheid.’

4. Meneer Janeu van Georges Bernanos

‘Versterkte meneer Janeu, die zich losgemaakt had van de begrippen goed en kwaad, met zijn nihilisme de immoraliteit in het dorp? Wanneer daden louter afgemeten worden aan het ‘amorele’, wanneer elk oordeel ontbreekt, sterft dan niet samen met God ook het morele kompas in de ziel? Zou het kunnen dat de ziel in zo’n amorele wereld uiteindelijk leeg en overbodig wordt? Ruimte om hierover te speculeren is er in Meneer Janeu meer dan genoeg.’

5. Brief aan mijn vader van Franz Kafka

‘John Updike noemde Kafka ooit ‘de laatste heilige schrijver’ en ‘de opperste fabeldichter van de kosmische verwarring van de moderne mens’. Als grootmeester van de nuance, de verbeelding en de metamorfose heeft Kafka de literatuur dermate vervolmaakt dat het moeilijk is hem niet als een messias te zien. Zijn raadselachtig-lucide proza openbaart een wereld van mogelijkheden. Kafka opent talloze deuren, wat zijn werk verheft tot een labyrintische weerspiegeling van de geest.’

6. De hoogstapelaar van Wessel te Gussinklo

‘Hoe onsympathiek, egocentrisch, snoeverig en gespeend van humor de protagonist ook is, De hoogstapelaar is in alles het tegenovergestelde: charmant, levendig, snedig, ironisch. Een meesterlijk boek dat samen met de onvergetelijke narcist Ewout Meyster een plaats verdient op de hoogste plank.’

7. Dagboek van een dief van Jean Genet

(recensie op komst!)

8. Als de tijd daar is van Maurice Blanchot

‘Blanchots roman is een eclectisch kunstwerk, een betoverend curiosum. Je leest de tekst van voren naar achteren en omgekeerd. Je proeft de woorden en beelden, laat ze over je tong rollen, gorgelt, spuugt uit. Naast taal en vorm is er ook inhoud. Die getuigt van zo mogelijk nog meer tovenarij.’

9. Als op een winternacht een reiziger van Italo Calvino

‘Calvino legt aan het begin van de roman het eerste stuk van een complexe puzzel. “Daar liggen de overige stukjes op een hoop, kies nu zelf maar,” lijkt hij te willen zeggen. Vervolgens schept hij verwarring door alle stukjes nog eens goed door elkaar te gooien, roept een misvormd beeld op, waarna een manipulatief spel met de lezer begint.’

10. Een spoor van mezelf van Fernando Pessoa

‘Vergankelijk het lichaam, nietig de schaduw, groots het verlangen. Hoe hunkert de dichter naar een thuis dat hij nooit gekend heeft! “Was ik maar een metafoor, niet méér”, verzucht de dichter.’

11. Met mijn smoel in mijn handen van Witold Gombrowicz

‘Gombrowicz bindt de strijd aan met leugen, hypocrisie en conventie en voert een pleidooi voor vereenvoudiging van de mens. De mens stelt hij voor als een toneelspeler, getooid met een grimas, een ‘smoel’, van wie alleen het masker rijpt, hijzelf wordt nooit rijp: “In diepste wezen zijn we eeuwige melkmuilen”.’

12. Hier maak ik mijn stad van Robin Robertson

‘Het Los Angeles van de jaren veertig en vijftig komt tot leven, een plek waar de filmindustrie floreert, kapitalisme woekert, alles in ijltempo verandert, mensen vluchten in drank, drugs, geweld. Overal herrie. En daar ergens tussenin loopt Walker, emblematisch, als een troosteloos portret van de moderne mens.’

13. Sido van Colette

‘In Sido laat Colette ongecompliceerd haar exuberante taal bliksemen en fonkelen. Ze is een estheet pur sang. Wat lelijk is, wordt in haar handschrift mooi en wat haar zintuigen beroert, verandert ze al schrijvend in goud. Zinnelijkheid schuilt bij Colette in ieder woord: je proeft en ruikt de regen, betast de opkomende zon, kruipt in het hart van een bloem en staart recht in het zwarte oog van een salamander.’

14. Vorosjylovhrad van Serhi Zjadan

‘Van aan de rand van de westerse samenleving, zwalpend tussen nostalgie naar de zekerheden van het Sovjetverleden, besef van een rauwe wereld overgeleverd aan kapitalisme en hebzucht, en hunkering naar een toekomst vol mogelijkheden, reikt Zjadan ons met Vorosjylovhrad een andere bril aan. Hij romantiseert niets.’

15. SS Proleterka van Fleur Jaeggy

‘De tekstblokken in SS Proleterka lijken wel gepolijst marmer. Strakke lijnen, koele kleurvlakken, weinig reliëf. Geleidelijk aan ontstaat er diepte en schemert doorheen de tekst een woelige duisternis. Een ongemakkelijke spanning houdt je van begin tot eind gekluisterd.’

16. Het verlichte hol van Max Blecher

‘In de etherische, bijwijlen vrolijke stijl van Blecher is de confrontatie met fysieke aftakeling en wanhoop zelden terneerdrukkend. Liever dan in geweeklaag te verglijden, treedt Blechers sanatorium-alter-ego met zingend bloed en een dansend skelet de dood tegemoet.

17. Een man die slaapt van Georges Perec

‘Hij slaapt niet meer en de slaap zal niet komen. Hij is niet wakker en zal niet wakker worden. Hij is niet dood en de dood zal hem niet bevrijden. De man slaat zijn ogen niet meer neer. De lezer is getuige van een gruwelijke metamorfose, een imploderende geest.’

18. Een dood die niets bewijst van Anton Holban

‘De innerlijke monoloog als verhaaltechniek, het rationaliseren van de gevoelswereld van zijn personages en de ironische ondertoon heeft Holban gemeen met modernistische tijdgenoten als Max Blecher en Mihail Sebastian. Hun personages ondernemen nauwelijks iets, ze geven zich over aan hun gedachten, gevoelens en inzichten. De onkenbare werkelijkheid leidt bij hen tot een denkbeeldige werkelijkheid.’

19. Moerassen van André Gide

‘De verteller zit vast in Moerassen, dat voor geen meter opschiet. In de oneindige uitgestrektheid van zijn veenderijen blijft Tityrus maar aanmodderen. Toch vindt de schrijver troost bij zijn personage en ziet allengs het nut in van modder, de noodzaak van moerassen, ‘waar nutteloze besluiten rusten en het denken tot bijna niets herleid wordt’.’

20. Verdwaald van Wiljan van den Akker

‘Van den Akker spiegelt een schimmig gebied voor, waar dingen en geschiedenissen transformeren en mensen doelloos rondzwerven, zich opsplitsen of muteren, zich lijken los te maken van tijd en ruimte en, als in een luchtbel, door de werkelijkheid zweven. Ze nemen de dingen waar op de grens van die werkelijkheid, gedempt en wazig, of net scherp en afgrondelijk.’

21. De machine van Georges Perec

‘De door ordening, inventarisering en puzzels geobsedeerde Perec kon zich ongetwijfeld zonder veel moeite inleven in het methodische brein van een computer. Hij dwingt ook de lezer om systematisch aan het werk te gaan. Hij reikt formules aan waarmee je aan de slag moet, wil je orde aanbrengen in chaotische materie. Perec schopt je een onderzoekende geest, leert je beter naar de wereld kijken, doet je de werkelijkheid anders ervaren.’

22. Venetië van Cees Nooteboom

‘Misschien is deze reis, die nu al ruim een halve eeuw duurt, voor Nooteboom een mystieke zoektocht, waarin ‘na twijfel, verleidingen en allerlei andere obstakels die de ziel moet overwinnen, het doel bereikt wordt’. Bijna hartbrekend is zijn afscheid van de stad. Hij moet zich losscheuren van de ‘mensendroom op water’, voorlopig nog beschermd door de leeuw. Hij blijft maar achterom kijken. Zijn zoekende ziel is niet verzadigd, zijn verhaal nog steeds niet afgerond.’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: